Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Amsterdam, 23 september 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:10021Zaaknummer C/13/793419 / FA RK 26/6889
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 23 september 2026
- Publicatiedatum
- 15 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/13/793419 / FA RK 26/6889
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
ZM afgewezen. Betrokkene bereid vrijwillig aan de behandeling mee te werken.
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 23 september 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. E. Dinjens, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 5 oktober 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/793419 / FA RK 26/6889
kenmerk: ZM/IND/213522
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 23 september 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1969 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1],
verblijvende te [adres 2],
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. M.J. Kikkert te Amsterdam,
zorgaanbieder: Arkin.
1 Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 4 september 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 september 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsvrouw;
- mw. [naam], psychiater.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
2 Beoordeling
De rechtbank kan op verzoek van de officier van justitie een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en 3:4 van de Wvggz. Indien het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, indien geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, voor betrokkene geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg gelet op het beoogde doel evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is. Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, of de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor.
In de overgelegde stukken staat dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een bipolaire-I-stoornis.
De psychiater heeft naar voren gebracht dat betrokkene is opgenomen met een manische episode. Het ging snel een stuk beter en betrokkene is weer de oude. Het ontslag kan worden gepland. De zorgmachtiging is aangevraagd voor de periode als het minder goed gaat. Betrokkene slikt nog 3 soorten medicatie, waarvan 2 anti-psychotica. Thuis zal dat overgaan naar 1. Het advies is om af te bouwen met de zorgmachtiging achter de hand. Als de afbouw niet goed gaat kan betrokkene eerder worden opgenomen. Ten tijde van een manie is er geen sprake van vrijwilligheid. Betrokkene wilde in het begin geen andere medicatie dan Quetiapine. Mocht betrokkene ontregelen is Olanzapine nodig en daar is geen overeenstemming over. De weerstand was alleen in het begin van de opname omdat betrokkene ook geen Lithium wilde nemen. Op dit moment gaat alles in overleg en is er samenwerking. Betrokkene is ambivalent over de FACT-zorg. Hij heeft aangegeven dat hij één keer per maand goed zou vinden, maar dat is te weinig.
De raadsvrouw heeft verzocht om de zorgmachtiging af te wijzen. Betrokkene is bereid om vrijwillig aan alles mee te werken. Alle informatie in de medische verklaring is niet meer van toepassing. Betrokkene kon binnen twee dagen naar een andere afdeling en na één dag naar de open afdeling. Het is nu wachten tot hij weer naar huis kan, hij heeft al die tijd medewerking verleend aan de behandeling. Op basis van de vrijwilligheid van betrokkene moet het verzoek dan ook worden afgewezen.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene goed samenwerkt. Naar het oordeel van de rechtbank is weliswaar sprake van een psychische stoornis die zorg behoeft, en op dit moment is geen sprake van verzet tegen de zorg.
De rechtbank begrijpt dat de behandelaren een zorgmachtiging voor betrokkene in zijn belang vinden, om hem te begeleiden bij de afbouw van de medicatie en bij de nazorg van het FACT-team. Betrokkene heeft duidelijk en overtuigend aangegeven dat hij het eens is met de medicatie en inziet dat hij het moet nemen. Nu hij op dit moment ook daadwerkelijk samenwerkt vervalt de grond voor het opleggen van verplichte zorg. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek afwijzen.
3 Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 23 september 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. E. Dinjens, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 5 oktober 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.