Uitspraak · Europees strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 13 november 2025

ECLI:NL:RBAMS:2025:9409Zaaknummer 13-133418-24

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13 november 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
13-133418-24
Rechtsgebied
Strafrecht, Europees strafrecht
Procedure
Tussenuitspraak
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Aanvullende toestemming Duitsland, tussenbeslissing, vragen gesteld i.v.m. het hoorrecht.

De rechtbank:

verzoekt de officier van justitie de hiervoor weergegeven vragen met betrekking tot het hoorrecht voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit en houdt de beslissing op het verzoek aan in afwachting van de beantwoording daarvan.

Deze beslissing is genomen op 13 november 2025 door

mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,

mrs. M. Scheeper en C.M.S. Loven, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.C. Hooibrink, griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
  2. 1 Beoordeling
  3. 2 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-133418-24

Datum beslissing: 13 november 2025

TUSSEN- BESLISSING

op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 4 november 2025, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is ingediend door het Amtsgericht Osnabrück, Duitsland, op 10 oktober 2025 en betreft:

[persoon],

geboren op [geboortedag 1] 1998 in [geboorteplaats],

nu gedetineerd in [geboorteland],

hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1 Beoordeling

Hoorrecht

Vereist is dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken, zoals bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 26 oktober 2021.[_58772fc3-6cd8-4805-902d-87e410bd813a]

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de stukken onvoldoende dat het verdedigingsrecht van de overgeleverde persoon is geëerbiedigd op het moment dat hij in de gelegenheid is gesteld om zich uit te laten over de aanvullende toestemming. Hoewel de overgeleverde persoon en zijn advocaat wel gehoord zijn op het verzoek, blijkt uit het proces-verbaal dat de advocaat verklaard heeft dat er aanzienlijke bezwaren zijn en dat hij geen inzage heeft gekregen in de dossiers. Daarom was het niet mogelijk om een gedetailleerde verklaring af te leggen.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de officier van justitie verzoeken om aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te vragen of de advocaat van de overgeleverde persoon alsnog inzage kan krijgen in de dossiers. Om het verdedigingsrecht van de overgeleverde persoon volledig te eerbiedigen zal hij, dan wel zijn advocaat, daarna nogmaals in de gelegenheid moeten worden gesteld om opmerkingen en bezwaren naar voren te brengen met betrekking tot het verzoek om aanvullende toestemming.

2 Beslissing

De rechtbank:

verzoekt de officier van justitie de hiervoor weergegeven vragen met betrekking tot het hoorrecht voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit en houdt de beslissing op het verzoek aan in afwachting van de beantwoording daarvan.

Deze beslissing is genomen op 13 november 2025 door

mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,

mrs. M. Scheeper en C.M.S. Loven, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.C. Hooibrink, griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.