Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Amsterdam, 1 oktober 2025

ECLI:NL:RBAMS:2025:9005Zaaknummer 750291

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
1 oktober 2025
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
750291
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Herstelvonnis.

De rechtbank

3.1.

bepaalt dat 5.6. van het op 10 september 2025 tussen Nedstede en [gedaagde] gewezen vonnis, waar staat:

“gebiedt [gedaagde] om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis aan notaris [naam] ongeclausuleerd opdracht te geven de onder de notaris gehouden waarborgsom van € 325.000,00 aan [gedaagde] uit te keren”

wordt gewijzigd in:

“gebiedt Nedstede om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis aan notaris [naam] ongeclausuleerd opdracht te geven de onder de notaris gehouden waarborgsom van € 325.000,00 aan [gedaagde] uit te keren”,

3.2.

bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 1 oktober 2025 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 10 september 2025,

3.3.

gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 10 september 2025 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank terug te sturen.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.M. Visser, rechter, bijgestaan door mr. N. Noordmans, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verzoek tot verbetering
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/750291 / HA ZA 24-502

Herstelvonnis van 1 oktober 2025

in de zaak van

NEDSTEDE VASTGOED B.V.,

gevestigd in Amsterdam,

eisende partij in conventie,

gedaagde partij in reconventie,

hierna te noemen: Nedstede,

advocaat: mr. R.F. Raven,

tegen

[gedaagde],

wonende in [woonplaats],

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [gedaagde],

advocaat: mr. W.Th. Post.

1 Het verzoek tot verbetering

1.1.

Op 10 september 2025 heeft mr. Post namens [gedaagde] verzocht om verbetering van het op 10 september 2025 in deze zaak gewezen vonnis. In het dictum van het vonnis staat in 5.6. “gebiedt [gedaagde] om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis aan notaris [naam] ongeclausuleerd opdracht te geven de onder de notaris gehouden waarborgsom van € 325.000,00 aan [gedaagde] uit te keren”. Mr. Post heeft verzocht om verbetering, in die zin dat in 5.6. staat: “gebiedt Nedstede om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis aan notaris [naam] ongeclausuleerd opdracht te geven de onder de notaris gehouden waarborgsom van € 325.000,00 aan [gedaagde] uit te keren”.

1.2.

De rechtbank heeft Nedstede op 11 september 2025 in de gelegenheid gesteld zich binnen een week over dit verzoek uit te laten. Nedstede heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2 De beoordeling

2.1.

De rechtbank is van oordeel dat in het vonnis van 10 september 2025 sprake is van een kennelijke fout als bedoeld in artikel 31 Rv, die zich leent voor eenvoudig herstel. De rechtbank zal het verzoek om verbetering dan ook toewijzen als volgt.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

bepaalt dat 5.6. van het op 10 september 2025 tussen Nedstede en [gedaagde] gewezen vonnis, waar staat:

“gebiedt [gedaagde] om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis aan notaris [naam] ongeclausuleerd opdracht te geven de onder de notaris gehouden waarborgsom van € 325.000,00 aan [gedaagde] uit te keren”

wordt gewijzigd in:

“gebiedt Nedstede om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis aan notaris [naam] ongeclausuleerd opdracht te geven de onder de notaris gehouden waarborgsom van € 325.000,00 aan [gedaagde] uit te keren”,

3.2.

bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 1 oktober 2025 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 10 september 2025,

3.3.

gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 10 september 2025 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank terug te sturen.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.M. Visser, rechter, bijgestaan door mr. N. Noordmans, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.