Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Amsterdam, 7 februari 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:714Zaaknummer AWB - 25 _ 478
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 7 februari 2025
- Publicatiedatum
- 13 mei 2025
- Zaaknummer
- AWB - 25 _ 478
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Geen reactie van verzoeker op het verzoek spoedeisend belang te onderbouwen. Kennelijk ongegrond.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Verberne, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.Y. Exterkate, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 februari 2025.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/478
uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 februari 2025 in de zaak tussen
[verzoeker], uit Amsterdam, verzoeker,
en
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, het college.
Inleiding
1. Op 2 januari 2025 heeft het college aan vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van vijf tijdelijke wissellocaties en het plaatsen van tijdelijke drijvende steigers voor vijf woonboten voor een periode van zes jaar.
2. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
3. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
4. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
5. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.
6. Verzoeker voert aan dat zijn directe leefomgeving wordt aangetast door de aanleg van een steiger met daaraan afgemeerd vijf woonboten en dat andere plekken geschikter zijn. Hij stelt dat de gemeente binnen zes weken na de datum van de verlening van de vergunning wil beginnen met het plaatsen van de steigers.
7. Op 22 januari 2025 heeft de voorzieningenrechter verzoeker verzocht het spoedeisend belang nader te onderbouwen. Verzoeker heeft op dit verzoek niet gereageerd.
8. Bij “onverwijlde spoed” kan de onomkeerbaarheid van de gevolgen van een besluit een belangrijke rol spelen. In dit geval gaat het om het verlenen van een vergunning voor het plaatsen van tijdelijke drijvende stijgers. Van onomkeerbaarheid is echter niet gebleken. Deze steigers kunnen, indien de vergunning herroepen wordt, weer worden verwijderd. Onomkeerbaarheid leidt dus niet tot een spoedeisend belang. Ook overigens is van een spoedeisend belang niet gebleken.
Conclusie en gevolgen
9. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Verberne, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.Y. Exterkate, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 februari 2025.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.