Uitspraak · Europees strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 13 mei 2025

ECLI:NL:RBAMS:2025:3527Zaaknummer 13-110962-25

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13 mei 2025
Publicatiedatum
4 juni 2025
Zaaknummer
13-110962-25
Rechtsgebied
Strafrecht, Europees strafrecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek aanvullende toestemming na eerdere overlevering aan Duitsland. Verzoek ziet op de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd. Toestemming wordt verleend.

De rechtbank:

verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor de tenuitvoerlegging van de straf van [overgeleverde persoon] voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.

Deze beslissing is genomen op 13 mei 2025 door

mr. A.K. Glerum, voorzitter,

mrs. H.H.J. Zevenhuijzen en E. Biçer, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. F.K. Verbruggen en A.T.P. van Munster, griffiers,

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
  2. 1 Beoordeling
  3. 2 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-110962-25

Datum beslissing: 13 mei 2025

BESLISSING

op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 15 april 2025, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is ingediend door de Arrondissementsrechtbank Aken, Duitsland, op 6 februari 2025 en betreft:

[overgeleverde persoon],

geboren in [geboorteplaats] (Duitsland) op [geboortedag] 1981,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in [land],

hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1 Beoordeling

Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.

Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.

De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen.

2 Beslissing

De rechtbank:

verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor de tenuitvoerlegging van de straf van [overgeleverde persoon] voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.

Deze beslissing is genomen op 13 mei 2025 door

mr. A.K. Glerum, voorzitter,

mrs. H.H.J. Zevenhuijzen en E. Biçer, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. F.K. Verbruggen en A.T.P. van Munster, griffiers,

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.