Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Amsterdam, 13 januari 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:141Zaaknummer 25/8
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 13 januari 2025
- Publicatiedatum
- 13 mei 2025
- Zaaknummer
- 25/8
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorziening. Kennelijk niet-ontvankelijk. Geen spoedeisend belang. Financieel belang.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.A. Adriaanse, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2025.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/8
uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 januari 2025 in de zaak tussen
[gemachtigde 1] , uit Emmeloord, gemachtigde
(gemachtigde: [gemachtigde 2] ),
en
de heffingsambtenaar van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, verweerder (hierna: de heffingsambtenaar).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.
2. Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
3. De heffingsambtenaar heeft op 14 augustus 2024 een dwangsom aan verzoeker toegekend. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt, omdat hij van mening is dat de dwangsom € 210,- meer zou moeten bedragen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
4. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Bij een financieel geschil, zoals in deze zaak, is dat niet snel het geval. In beginsel kan namelijk na afloop van de bodemzaak het bedrag waarover het geschil gaat, alsnog worden (terug)betaald, zo nodig met vergoeding van de wettelijke rente. Als er geen onomkeerbare situatie dreigt, bijvoorbeeld faillissement, of acute financiële nood is, neemt de voorzieningenrechter aan dat spoedeisend belang ontbreekt, zodat hij alleen al daarom geen voorlopige voorziening treft.
5. Verzoeker heeft aangevoerd dat de heffingsambtenaar een te lage dwangsom heeft toegekend en niet tijdig een beslissing op het bezwaar neemt. Dit is geen spoedeisend belang als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb.
Conclusie en gevolgen
6. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.A. Adriaanse, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2025.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.