Uitspraak · Europees strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 31 oktober 2024

ECLI:NL:RBAMS:2024:8028Zaaknummer 13/217520-24

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
31 oktober 2024
Publicatiedatum
6 januari 2025
Zaaknummer
13/217520-24
Rechtsgebied
Strafrecht, Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Duits vervolgings-EAB. Terugkeergarantie ontvangen ex art. 6 OLW. Art. 36 OLW. Overlevering toegestaan.

9 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Local Court Osnabrück (Duitsland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M. van Mourik, voorzitter,

mrs. A.J. Scheijde en D.A. Segbedzi, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V.D. Bennett, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 31 oktober 2024.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
  2. 1 Procesgang
  3. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon
  4. 3 Grondslag en inhoud van het EAB
  5. 4 Strafbaarheid: feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
  6. 5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
  7. 6 Artikel 36 OLW
  8. 7 Slotsom
  9. 8 Toepasselijke wetsartikelen
  10. 9 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/217520-24

Datum uitspraak: 31 oktober 2024

UITSPRAAK

op de vordering van 22 augustus 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).[_df19e477-a2e3-4ff6-9af7-5c554593565f]

Dit EAB is uitgevaardigd op 2 juli 2024 door the Local Court Osnabrück, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats],

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[BRP-adres],

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 17 oktober 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R. Zilver, advocaat in Utrecht.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.[_3555ff9a-d35b-4d16-bc3b-9c6c46fca577]

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van the Local Court Osnabrück (Duitsland) van 2 juli 2024 (referentienummer: 246 Gs 187/24).

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.[_eefd6a8e-0f12-4655-a08d-43a2c69e5d81]

4 Strafbaarheid: feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 18, te weten:

georganiseerde of gewapende diefstal

Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.

De prosecutor van de Staatsanwaltschaft Osnabrück (Duitsland) heeft op 26 augustus 2024 de volgende garantie gegeven:

l hereby assure you that, should the prosecuted person receive a non-appealable and non-suspended prison sentence after he has been extradited from the Netherlands, he shall be transferred to the Netherlands so that the prison sentence can be served there pursuant to the COUNCIL FRAMEWORK DECISION 2008/909/JHA of 27 November 2008 on the application of the principle of mutual recognition of judgements in criminal matters imposing custodial sentences or measures involving a deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in the European Union.

Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

6 Artikel 36 OLW

De raadsman heeft verzocht om de feitelijke overlevering uit te stellen op grond van artikel 36, eerste lid, OLW, omdat de nog openstaande Nederlandse straf van de opgeëiste persoon, te weten een strafbeschikking van 650,- euro, een beletsel vormt voor de feitelijke overlevering.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat een door een Nederlandse rechter tegen de opgeëiste persoon gewezen strafvonnis dat nog geheel of ten dele voor tenuitvoerlegging vatbaar is, geen omstandigheid vormt die aan het toestaan van de overlevering in de weg kan staan.

De OLW geeft aan de rechtbank niet de bevoegdheid een overleveringsverzoek te weigeren of om een beslissing daarover aan te houden indien in Nederland nog een strafzaak loopt tegen de opgeëiste persoon. Een eventuele openstaande strafzaak kan een belemmering voor de feitelijke overlevering opleveren in de zin van artikel 36 OLW, maar daarover beslist volgens het genoemde artikel de rechtbank nadat de rechtbank de overlevering heeft toegestaan. De raadsman of de opgeëiste persoon kan hiertoe een verzoek tot uitstel van de feitelijke overlevering indienen.

7 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

9 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Local Court Osnabrück (Duitsland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M. van Mourik, voorzitter,

mrs. A.J. Scheijde en D.A. Segbedzi, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V.D. Bennett, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 31 oktober 2024.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.