Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Amsterdam, 18 november 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:7178Zaaknummer 758700 / FA RK 24/7322
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 18 november 2024
- Publicatiedatum
- 29 november 2024
- Zaaknummer
- 758700 / FA RK 24/7322
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wvggz zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging. Medische verklaring summier. Er is niet voldaan aan de wettelijk voorgeschreven procedure omdat betrokkene niet in persoon is onderzocht door de onafhankelijk deskundige, terwijl onvoldoende is komen vast te staan dat die mogelijkheid er niet was.
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 18 november 2024 mondeling gegeven door mr. L. van der Heijden, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door J. Koomen als griffier en op 25 november 2024 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/758700 / FA RK 24/7322
kenmerk: ZM/IND/147086
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 18 november 2024 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
zorgaanbieder, GGZ inGeest,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. I. Baardman te Amsterdam.
1 Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 28 oktober 2024.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 november 2024, in het gebouw van de rechtbank.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- bovengenoemde advocaat;
- verpleegkundig specialist, mevrouw E. Hoeksema;
- agoog, de heer [naam].
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet ter zitting verschenen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen.
2 Beoordeling
In de Wvggz, in het bijzonder artikel 5:8 lid 1 Wvggz in verbinding met artikel 5:17 lid 3 Wvggz en art. 6:4 Wvggz, volgt dat een rechter slechts een zorgmachtiging mag verlenen indien uit een medische verklaring van een psychiater over de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene blijkt dat uit diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis ernstig nadeel voortvloeit. Voor de psychiater die de medische verklaring opstelt, gelden de in artikel 5:7 Wvggz genoemde voorwaarden. Die voorwaarden dienen als waarborg voor een onafhankelijke, onpartijdige en behoorlijke besluitvorming over verplichte zorg.
Uit de medische verklaring is gebleken dat de onafhankelijke psychiater betrokkene niet heeft gesproken. In de medische verklaring staat vermeld dat de psychiater betrokkene twee keer, op 3 oktober en 15 oktober 2024, heeft gebeld en zijn voicemail heeft ingesproken met het verzoek om terug te bellen zonder resultaat. Daarna zijn geen pogingen meer ondernomen om betrokkene fysiek te onderzoeken. Dat nu is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende. De psychiater had ook aangekondigd en onaangekondigd op huisbezoek kunnen gaan. Op de plek waar betrokkene zijn medicatie komt halen had ook een gesprek georganiseerd kunnen worden. Onduidelijk is dan ook waarom niet voor deze weg is gekozen om toch met betrokkene het gesprek aan te kunnen gaan. Dat betrokkene bekend zou staan als iemand die geen gesprek met de psychiater zal willen aangaan, zo dat al vaststaat, maakt het oordeel niet anders.
Met de advocaat van betrokkene is de rechtbank van oordeel dat de medische verklaring vrij summier is en dat niet is voldaan aan de wettelijk voorgeschreven procedure omdat betrokkene niet in persoon is gezien door de onafhankelijk deskundige, terwijl onvoldoende is komen vast te staan dat die mogelijkheid er niet was.
Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen.
3 Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 18 november 2024 mondeling gegeven door mr. L. van der Heijden, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door J. Koomen als griffier en op 25 november 2024 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.