Uitspraak · Europees strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 12 september 2024

ECLI:NL:RBAMS:2024:5767Zaaknummer 13-204402-24

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12 september 2024
Publicatiedatum
23 september 2024
Zaaknummer
13-204402-24
Rechtsgebied
Strafrecht, Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek om aanvullende toestemming vanuit Duitsland, toestemming verleend.

De rechtbank:

verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, en derde lid, OLW toestemming voor uitbreiding van de vervolging van [overgeleverde persoon] voor het feit zoals vermeld in het verzoek.

Deze beslissing is genomen op 12 september 2024 door

mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,

mrs. M.C. Danel en A. Pahladsingh, rechters,

in tegenwoordigheid van L.E. Poel, griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
  2. 1 Beoordeling
  3. 2 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-204402-24

Datum beslissing: 12 september 2024

BESLISSING

op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 25 juni 2024, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door het Amtsgericht Würzburg (Duitsland) op 4 juli 2024 en betreft:

[overgeleverde persoon],

geboren te [geboorteplaats] (Duitsland) op [geboortedag] 1993,

thans gedetineerd in [detentieplaats],

hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1 Beoordeling

Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.

Het verzoek betreft een feit ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.

Een eerder verzoek om aanvullende toestemming ten aanzien van deze overgeleverde persoon betreffende dezelfde feiten is door de rechtbank bij beslissing van 6 maart 2024 afgewezen omdat uit de stukken niet bleek dat aan het verzoek een nationaal aanhoudingsbevel ten grondslag lag. In het onderhavige verzoek is het nationaal aanhoudingsbevel dat daaraan ten grondslag ligt vermeld (namelijk een aanhoudingsbevel van het Amtsgericht Würzburg van 21 maart 2024 met kenmerk 13 S Gs 990/24).

Hoorrecht

In de aanvullende informatie namens de uitvaardigende justitiële autoriteit van 28 juli 2024 is vermeld:

“I am enclosing a letter in which [overgeleverde persoon] was consulted back in January 2024 regarding the extension of the extradition process. He never replied to this letter.”

De brief waarnaar wordt verwezen dateert van 19 januari 2024 en bevat de volgende tekst:

“[…] 2. Writing to:

[overgeleverde persoon], c/o Prison [detentieplaats].

Against you preliminary investigations have been conducted at the file number 602 Js 18619/23 due to money counterfeiting with the crime having taken place on 3rd December, 2021. At the Dutch authorities I have applied for your extradition to be granted for this procedure, too.

Herewith I offer you an opportunity to respond to this until 2 February, 2024.”

De opgeëiste persoon heeft, kennelijk naar aanleiding van voormelde brief, zelf een brief (gedateerd 28 januari 2024) naar het IRC gezonden waarin hij protesteert tegen uitbreiding van de vervolging.

De rechtbank is gelet op deze omstandigheden van oordeel dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken en zal daarom het verzoek toewijzen.

2 Beslissing

De rechtbank:

verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, en derde lid, OLW toestemming voor uitbreiding van de vervolging van [overgeleverde persoon] voor het feit zoals vermeld in het verzoek.

Deze beslissing is genomen op 12 september 2024 door

mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,

mrs. M.C. Danel en A. Pahladsingh, rechters,

in tegenwoordigheid van L.E. Poel, griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.