Uitspraak · Europees strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 2 juli 2024

ECLI:NL:RBAMS:2024:4265Zaaknummer 13-112711-24

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
2 juli 2024
Publicatiedatum
17 juli 2024
Zaaknummer
13-112711-24
Rechtsgebied
Strafrecht, Europees strafrecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Duits verzoek tot aanvullende toestemming ex artikel 14 OLW - beslist is dat de officier van justitie niet ontvankelijk is verklaard in de vordering ex artikel 14 OLW.

De rechtbank:

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek van het Landgericht Bamberg (Duitsland) om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging van [overgeleverde persoon].

Deze beslissing is genomen op 2 juli 2024 door

mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,

mrs. P. Sloot en C.M. Delstra, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier.

Mrs. P. Sloot en C.M. Delstra zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
  2. 1 Procesverloop
  3. 2 Beoordeling
  4. 4 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-112711-24

Datum beslissing: 2 juli 2024

BESLISSING

op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 4 april 2024, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door het Landgericht Bamberg (Duitsland) op 8 januari 2024 en betreft:

[overgeleverde persoon]

geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats]

nu gedetineerd in Duitsland

hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1 Procesverloop

Tussenbeslissing van 30 mei 2024

Terugkeergarantie

In de tussenbeslissing van 30 mei 2024 is door de rechtbank vastgesteld dat de door de Duitse autoriteiten aan de overgeleverde persoon verleende terugkeergarantie voldoet aan de daartoe gestelde eisen. De rechtbank heeft voorts - kort samengevat - overwogen dat op grond van de beschikbare informatie niet kan worden vastgesteld dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken, zoals bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie.[_4ca32023-c9b7-46e2-b15b-04f857962c9b] De rechtbank heeft hierover vragen gesteld aan de Duitse autoriteiten.

Tussenbeslissing van 25 juni 2024

In de tussenbeslissing van 25 juni 2024 heeft de rechtbank vastgesteld dat in de aanvullende informatie van 3 juni 2024 de vragen van de rechtbank niet (volledig) zijn beantwoord. De rechtbank heeft de Duitse autoriteiten in de gelegenheid gesteld die vragen alsnog volledig te beantwoorden.

2 Beoordeling

In een e-mail van 27 juni 2024 heeft Dr. U. Reddler, hoofdofficier van justitie te Bamberg, Duitsland, het volgende geschreven:

“Dear colleague,

the defendant [overgeleverde persoon] declared his waiver of the principle of speciality in the main hearing today after explicit instruction on the record in relation to the 21 offences charged.

Best regards

Ursula Redler”

Uit deze informatie leidt de rechtbank af dat de overgeleverde persoon inmiddels op een zitting ten overstaan van een rechterlijke autoriteit expliciet afstand heeft gedaan van het specialiteitsbeginsel en dat hiervan een proces-verbaal is opgemaakt. Uit de overgelegde e-mailcorrespondentie voorafgaande aan voormeld bericht blijkt dat de overgeleverde persoon in die procedure wordt bijgestaan door een raadsman. Alhoewel dit niet expliciet uit de aanvullende informatie volgt, gaat de rechtbank ervan uit dat de verklaring van de overgeleverde persoon is verkregen onder omstandigheden waaruit blijkt dat de hij uit vrije wil handelt en zich volledig bewust is van de gevolgen.

Daarmee stelt de rechtbank vast dat zich de situatie als bedoeld in artikel 27, derde lid onder f) Kaderbesluit zich voordoet, zodat de grondslag is komen te ontvallen aan het verzoek tot het verkrijgen van aanvullende toestemming als bedoeld in g) van voornoemd artikellid.

Dit betekent dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering strekkende tot het in behandeling nemen van het verzoek om die aanvullende toestemming.

4 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek van het Landgericht Bamberg (Duitsland) om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging van [overgeleverde persoon].

Deze beslissing is genomen op 2 juli 2024 door

mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,

mrs. P. Sloot en C.M. Delstra, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier.

Mrs. P. Sloot en C.M. Delstra zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.