Uitspraak · Europees strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 25 juni 2024

ECLI:NL:RBAMS:2024:3975Zaaknummer 13/133561-24

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25 juni 2024
Publicatiedatum
16 juli 2024
Zaaknummer
13/133561-24
Rechtsgebied
Strafrecht, Europees strafrecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Duits verzoek om aanvullende toestemming als bedoeld in art. 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Uit de stukken volgt niet dat de overgeleverde persoon expliciet is gehoord op het verzoek om aanvullende toestemming. Verzoek afgewezen.

4 Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om toestemming af.

Deze beslissing is genomen op 25 juni 2024 door

mr. J.G. Vegter, voorzitter,

mrs. B.M. Vroom-Cramer en C.M. Delstra, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
  2. 1 Tussenbeslissing 31 mei 2024
  3. 2 Aanvullende informatie
  4. 3 Beoordeling
  5. 4 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/133561-24

Datum beslissing: 25 juni 2024

BESLISSING

op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 18 april 2024, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door het Landgericht Bamberg op 10 april 2024 en betreft:

[opgeëiste persoon],

geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in Duitsland,

hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1 Tussenbeslissing 31 mei 2024

In de tussenbeslissing van 31 mei 2024 heeft de rechtbank verzocht om aanvullende informatie om te kunnen beoordelen of de overgeleverde persoon in de gelegenheid is gesteld al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren naar voren te brengen met betrekking tot onderhavig verzoek om aanvullende toestemming. De overwegingen uit die tussenbeslissing dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.

2 Aanvullende informatie

Bij e-mail van 3 juni 2024 is door de Duitse autoriteiten onder meer het volgende meegedeeld:

The defendant has already been explicitly heard on the issues of the principle of

speciality and the request for a supplemental judgement during his appearance before the magistrate. He was informed that he could comment on this any time.

3 Beoordeling

Hoorrecht

Vereist is dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken, zoals bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 26 oktober 2021.[_64bf0345-c3e9-4ad6-9742-0ac823d8453a]

Hoewel in de aanvullende informatie van 3 juni 2024 wordt meegedeeld dat de overgeleverde persoon expliciet is gehoord op het verzoek om aanvullende toestemming, volgt dit niet uit de stukken in het dossier, waaronder de aanbiedingsbrief van de Oberstaatsanwältin te Bamberg van 9 april 2024 en het proces-verbaal van het verhoor van de overgeleverde persoon bij de kantonrechter in Kleve van 7 december 2023. In dit opzicht wijkt deze zaak dus af van de zaken met betrekking tot de medeverdachten van de overgeleverde persoon (parketnummers 13/133607-24 en 13/133517-24) waarin de rechtbank wel toestemming voor uitbreiding van de vervolging heeft gegeven

De rechtbank concludeert daarom dat de overgeleverde persoon niet (alsnog) de mogelijkheid heeft gehad om al zijn opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot toestemming kenbaar te maken, zodat niet is voldaan aan de eisen van een effectieve rechterlijke bescherming. Hieruit volgt dat de rechtbank niet met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon een toewijzende beslissing kan nemen op het verzoek. De rechtbank ziet – mede vanwege de geldende beslistermijn, die al is overschreden – geen aanleiding de beslissing op het verzoek (nog) langer aan te houden voor het opnieuw stellen van vragen. De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.

De rechtbank wijst erop dat dit onverlet laat dat de Duitse uitvaardigende justitiële autoriteit desgewenst een nieuw verzoek tot aanvullende toestemming kan indienen, zodra de overgeleverde persoon alsnog feitelijk de mogelijkheid heeft gehad al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek om aanvullende toestemming kenbaar te maken.

4 Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om toestemming af.

Deze beslissing is genomen op 25 juni 2024 door

mr. J.G. Vegter, voorzitter,

mrs. B.M. Vroom-Cramer en C.M. Delstra, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.