Uitspraak · Europees strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 8 november 2023

ECLI:NL:RBAMS:2023:7354Zaaknummer 13.102839-23 (EAB I)

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
8 november 2023
Publicatiedatum
24 november 2023
Zaaknummer
13.102839-23 (EAB I)
Rechtsgebied
Strafrecht, Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Overlevering. EAB t.b.v. de tenuitvoerlegging van een in Litouwen opgelegde straf. Overlevering toegestaan.

7 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Panevezys County Court (Litouwen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter,

mrs. M.E.M. James-Pater en B.M. Vroom-Cramer rechters,

in tegenwoordigheid van F.M.H. Albarda, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 8 november 2023.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
  2. 1 Procesgang
  3. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon
  4. 3 Grondslag en inhoud van het EAB
  5. 4 Strafbaarheid
  6. 5 Slotsom
  7. 6 Toepasselijke wetsbepalingen
  8. 7 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13.102839-23 (EAB I)

Datum uitspraak: 8 november 2023

UITSPRAAK

op de vordering van 31 augustus 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).[_5b3437a8-667b-448f-98f1-719f6bb5aafa]

Dit EAB is uitgevaardigd op 13 december 2022 door the Panevezys County Court (Litouwen) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren in [geboorteplaats] (Litouwen) op [geboortedag] 1997,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in [detentieadres],

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 25 oktober, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.J. Woltring, advocaat te Haarlem en door een tolk in de Litouwse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.[_2b394d79-fe21-45f8-97ca-e7fca757fdac]

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Litouwse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt in onderdeel b) van het EAB als grondslag van het EAB de volgende enforceable judgements:

1) judgement of 12 December 2019 of the District Court of Panevezys, Chamber of Panevezys (No. 1-1298-229/2019)

2) judgement of 29 January 2021 of the District Court of Vilnius city (No. 1-244-486/2021)

3) judgement of 23 September 2021 of Vilnius County Court (No. 1A-265-873/2021).

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar en 7 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteert nog 1 jaar. De vrijheidsstraf – een final combined custodial sentence – is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde judgements.

Deze veroordelingen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.[_ecc85cf1-1e04-4a67-8476-6694b8da34f1]

3.1

Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

3.1.1.

The judgement of 12 December 2019 of the District Court of Panevezys, Chamber of Panevezys (No. 1-1298-229/2019)

Uit het dossier volgt dat de opgeëiste persoon in persoon aanwezig was bij het proces dat tot deze beslissing heeft geleid.

3.1.2.

The judgement of 29 January 2021 of the District Court of Vilnius city gevolgd door de beslissing in hoger beroep: the judgement of 23 September 2021 of Vilnius County Court

Naar het oordeel van de rechtbank kan het antwoord op de vraag of alleen het proces in hoger beroep of ook de procedure in eerste aanleg aan artikel 12 OLW getoetst moet worden, in het midden worden gelaten. Ten aanzien van beide procedures geldt immers dat uit het dossier blijkt dat de opgeëiste persoon in persoon aanwezig was bij de processen die tot deze beslissingen hebben geleid.

3.1.3.

The ruling of 25 August 2022 of the District Court of Panevezys, Chamber of Panevezys (T-1028-1059/2022)

De vrijheidsstraf is aanvankelijk deels in voorwaardelijke vorm aan de opgeëiste persoon opgelegd. Bij Ruling van 25 August 2022 of the District Court of Panevezys, Chamber of Panevezys (T-1028-1059/2022) is de tenuitvoerlegging van dit voorwaardelijke deel van de vrijheidsstraf bevolen.

Uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 23 maart 2023[_cc957930-9c23-4db4-aa68-973600bea883] volgt dat de procedure die heeft geleid tot de veroordeling voor een nieuw strafbaar feit die ten grondslag ligt aan de beslissing tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf ook onderworpen dient te worden aan de toets van artikel 12 OLW.

De rechtbank overweegt dat uit het EAB volgt dat de reden van de beslissing tot tenuitvoerlegging niet is gelegen in de veroordeling voor een nieuw strafbaar feit. De beslissing tot tenuitvoerlegging van 25 augustus 2022 zelf is geen beslissing waarbij de aard of de maat van de aanvankelijk opgelegde straf is gewijzigd. Deze beslissing valt daarom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW.[_6c650ab5-c546-4e94-9b3e-faefd9ddbff0]

4 Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

- opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

- diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

5 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 311 en 350 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

7 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Panevezys County Court (Litouwen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter,

mrs. M.E.M. James-Pater en B.M. Vroom-Cramer rechters,

in tegenwoordigheid van F.M.H. Albarda, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 8 november 2023.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.