Uitspraak · Internationaal strafrecht
Rechtbank Amsterdam, 10 augustus 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:5827Zaaknummer 13/173307-23
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 augustus 2023
- Publicatiedatum
- 20 september 2023
- Zaaknummer
- 13/173307-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht, Internationaal strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beslissing aanvullende toestemming. De Rb weigert toestemming voor uitbreiding van de vervolging (Polen).
De rechtbank:
WEIGERT toestemming voor uitbreiding van de vervolging van [Opgeëiste persoon] voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 10 augustus 2023 door
mr. P. van Kesteren, voorzitter,
mrs. M. van Mourik en Ch.A. van Dijk, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.D. Reinders, griffier,
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/173307-23
Datum beslissing: 10 augustus 2023
BESLISSING
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 13 juli 2023, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door
the Deputy Head of the 3rd Criminal Divison of the Circuit Law Court in Świdnica (Polen) op 28 februari 2019 en betreft:
[Opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats] (Polen),
gedetineerd in Polen,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.
1 Beoordeling
Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.
Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft per e-mail van 20 juli 2023 meegedeeld dat aan het verzoek geen nationaal arrestatiebevel ten grondslag ligt. Voor zover van belang staat in deze e-mail:
In response to your letter of 19 July 2023 the Circuit Court of Law in Swidnica -Enforcement Section at the 3rd Criminal Division advises that in the matter for which the request for your consent to the criminal proceedings being conducted (…) there was not issued a judicial decision on the provisional detention of [Opgeëiste persoon] but this request was based on the pending criminal proceeding, of reference 2 Ds. 804.2017, at the District Prosecutor' s Office in Walbrzych against the above-mentioned person and concerning the commission of offences under Art.278 §1 of [naam 1]. and [naam 2] §1 of [naam 3].
Uit artikel 27, vierde lid in verbinding met artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, Kaderbesluit 2002/584/JBZ blijkt naar het oordeel van de rechtbank duidelijk dat ook aan een verzoek om aanvullende toestemming een nationale rechterlijke beslissing in de zin van laatstgenoemde bepaling ten grondslag moet worden gelegd. De enkele uitvaardiging van zo’n beslissing is niet in strijd met het specialiteitsbeginsel, alleen de daadwerkelijke uitvoering daarvan.
Omdat de vermelding van een nationaal aanhoudingsbevel ontbreekt, zal de rechtbank het verzoek afwijzen.
2 Beslissing
De rechtbank:
WEIGERT toestemming voor uitbreiding van de vervolging van [Opgeëiste persoon] voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 10 augustus 2023 door
mr. P. van Kesteren, voorzitter,
mrs. M. van Mourik en Ch.A. van Dijk, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.D. Reinders, griffier,
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.