Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Amsterdam, 17 mei 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:3118Zaaknummer AMS 23/2707
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 17 mei 2023
- Publicatiedatum
- 7 augustus 2023
- Zaaknummer
- AMS 23/2707
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing vovo zonder zitting, geen spoedeisend belang. Boete ogv Huisvestingswet.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Tijselink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.H. Kalse-Spoon, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 mei 2023.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 23/2707
uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 mei 2023 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit Amsterdam, verzoekster
(gemachtigde: mr. R.A. Dayala),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, het college.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de aan haar opgelegde bestuurlijke boete van € 12.570,-. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
Verzoekster is eigenaar van de woning aan de [adres] in Amsterdam. Het college heeft met het besluit van 10 november 2022 een boete opgelegd aan eiseres van € 12.570,- voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in meerdere onzelfstandige woonruimtes. Met het bestreden besluit van 24 januari 2023 op het bezwaar van verzoekster is het college bij dit besluit gebleven. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld. Verzoekster heeft verder de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende het bestreden besluit te schorsen tot op het beroep is beslist.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Bij een financieel geschil, zoals in deze zaak, is dat niet snel het geval. In beginsel kan namelijk na afloop van de bodemzaak het bedrag waarover het geschil gaat, alsnog worden (terug)betaald, zo nodig met vergoeding van de wettelijke rente. Als er geen onomkeerbare situatie dreigt, bijvoorbeeld faillissement, of acute financiële nood is, neemt de voorzieningenrechter aan dat spoedeisend belang ontbreekt, zodat hij alleen al daarom geen voorlopige voorziening treft.[_1ef9d763-0119-4c2b-a0e9-4fc05e33037f]
3. Verzoekster voert hierover aan dat zij haar dringende financiële verplichtingen, voornamelijk met betrekking tot haar levensonderhoud niet meer kan nakomen indien zij de boete dient te voldoen. Het college heeft een betalingsregeling aangeboden van twaalf maanden, maar verzoekster stelt dat zij niet in staat is om die na te komen.
4. Dat laatste is echter niet onderbouwd. Dat nu de financiële ondergang voor verzoekster aanstaande is, is niet aannemelijk.
5. Het wettelijk noodzakelijke spoedeisend belang ontbreekt dus. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
6. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Tijselink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.H. Kalse-Spoon, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 mei 2023.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.