Uitspraak · Europees strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 18 april 2023

ECLI:NL:RBAMS:2023:2535Zaaknummer 13/045334-23

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18 april 2023
Publicatiedatum
28 april 2023
Zaaknummer
13/045334-23
Rechtsgebied
Strafrecht, Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Executie EAB Polen. Afzien van de weigeringsgrond ex artikel 12 OLW. Overlevering toegestaan.

7 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the District Court in Wrocław (Polen) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,

mrs. M.E.M. James-Pater en H.P. Kijlstra, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.A.B. Fransen, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 18 april 2023.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
  2. 1 Procesgang
  3. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon
  4. 3 Grondslag en inhoud van het EAB
  5. 4 Strafbaarheid; feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
  6. 5 Slotsom
  7. 6 Toepasselijke wetsbepalingen
  8. 7 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/045334-23

Datum uitspraak: 18 april 2023

UITSPRAAK

op de vordering van 16 februari 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).[_2b1146e9-d336-46f9-9154-0fad102ff904]

Dit EAB is uitgevaardigd op 2 december 2021 door the District Court in Wrocław (Polen) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1989,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in [detentieadres],

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 4 april 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Diependaal, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.C. Pedrotti, advocaat te Hoorn, en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.[_29f4e44f-e794-4b8e-80a4-fb0720c6cdfa]

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een judgement of the Regional Court for Wrocław-Śródmieście of

7 november 2019, reference: II K 673/19.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 6 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 5 maanden en 28 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.

Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB.[_97318a90-80c9-41c2-af71-fa9f1679549f]

3.1

Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

Standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd, omdat de opgeëiste persoon niet op de hoogte was van de procedure die tot het vonnis heeft geleid en hij daarom niet zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen. Het vonnis is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan. Verder is er geen garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW verstrekt. Aangezien de opgeëiste persoon niet op de hoogte was van de procedure die tot het vonnis heeft geleid, heeft hij geen afstand gedaan van zijn aanwezigheidsrecht.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden afgezien van de weigeringsgrond zoals bedoeld in artikel 12 OLW. Uit de aanvullende informatie volgt dat de opgeëiste persoon in voorarrest heeft gezeten voor het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht. Ook heeft hij een adresinstructie gekregen en is hij gewezen op de consequenties wanneer hij zich niet aan deze adresinstructie zou houden. Het komt daarmee voor zijn rekening dat hij niet bereikbaar was voor oproepingen. De opgeëiste persoon heeft aldus afstand gedaan van zijn verdedigingsrechten.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.

Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd.

De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.

Uit de aanvullende informatie van 10 maart 2023 blijkt dat de opgeëiste persoon op 31 mei 2019 tijdens zijn verhoor een Pools adres heeft opgegeven. Verder heeft de opgeëiste persoon tijdens zijn verhoor een zogenaamde ‘adresinstructie’ gekregen, waarbij hij onder meer is gewezen op zijn verplichting om adreswijzigingen door te geven en dat, wanneer hij dit nalaat, correspondentie die is verstuurd naar het laatst opgegeven adres wordt geacht juist betekend te zijn, zodat hij bij verstek kan worden veroordeeld. De oproeping voor de zitting is vervolgens verstuurd naar het door de opgeëiste persoon opgegeven adres in Polen.

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de opgeëiste persoon wist waarvan hij werd verdacht en dat hij ervan op de hoogte was dat er een strafrechtelijke procedure tegen hem liep. Aangezien hij tijdens zijn verhoor bij de politie een adresinstructie heeft ontvangen en hij een Pools adres heeft opgegeven, moest de opgeëiste persoon er rekening mee houden dat de oproepen zouden worden gestuurd naar het door hem opgegeven adres. Gelet op deze omstandigheden, die op zijn minst een kennelijk gebrek aan zorgvuldigheid aan de kant van de opgeëiste persoon aantonen, ziet de rechtbank aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren, omdat overlevering naar haar oordeel geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon inhoudt.

4 Strafbaarheid; feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

Het feit levert naar Nederlands recht op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

5 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 7 en 12 OLW.

7 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the District Court in Wrocław (Polen) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,

mrs. M.E.M. James-Pater en H.P. Kijlstra, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.A.B. Fransen, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 18 april 2023.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.