Uitspraak · Europees strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 21 december 2022

ECLI:NL:RBAMS:2022:8457Zaaknummer 13.751501-15

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21 december 2022
Publicatiedatum
27 maart 2023
Zaaknummer
13.751501-15
Rechtsgebied
Strafrecht, Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

EAB Polen, OM NO.

4 Beslissing

VERKLAART de officier van justitie NIET-ONTVANKELIJK in de vordering van 16 juni 2015 tot het in behandeling nemen van het EAB;

HEFT OP het - geschorste - bevel overleveringsdetentie.

Aldus gedaan door

mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,

mrs. J.A.A.G. de Vries en A. Pahladsingh, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. K. Spanjaart, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 21 december 2022.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
  2. 1 Procesgang
  3. 2 Ontvankelijkheid van de officier van justitie
  4. 4 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13.751501-15

RK nummer: 15/4101

Datum uitspraak: 21 december 2022

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 16 juni 2015 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 17 juni 2014 door the Regional Court in Kalisz (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1973,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 31 juli 2015. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. S. Urcun, advocaat te Rotterdam, en door een tolk in de Poolse taal.

Op 31 juli 2015 is het onderzoek geschorst voor onbepaalde tijd teneinde de opgeëiste persoon in de gelegenheid te stellen door middel van stukken, bij voorkeur door middel van jaaropgaven, te onderbouwen dat hij in de periode van medio 2010-2015 reële en daadwerkelijke arbeid in Nederland heeft verricht.

Het onderzoek is voortgezet op 4 september 2015. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is vertegenwoordigd door zijn raadsman. De opgeëiste persoon was ter zitting niet verschenen.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat zij niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.

De rechtbank heeft op 18 september 2015 een tussenuitspraak gewezen, waarbij het onderzoek is heropend en voor onbepaalde tijd is geschorst teneinde het antwoord van het Hof van Justitie van de Europese Unie op prejudiciële vragen gesteld bij tussenuitspraak in een andere zaak van 12 december 2014[_adfd2622-7e74-427a-ab2b-d8ecd6394eb4] af te wachten.

De behandeling van de vordering is vervolgens hervat op de openbare zitting van 21 december 2022. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon en zijn raadsman zijn niet verschenen.

2 Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, omdat het EAB is ingetrokken.

De rechtbank volgt de officier van justitie in bovenvermeld standpunt.

4 Beslissing

VERKLAART de officier van justitie NIET-ONTVANKELIJK in de vordering van 16 juni 2015 tot het in behandeling nemen van het EAB;

HEFT OP het - geschorste - bevel overleveringsdetentie.

Aldus gedaan door

mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,

mrs. J.A.A.G. de Vries en A. Pahladsingh, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. K. Spanjaart, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 21 december 2022.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.