Uitspraak · Europees strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 14 december 2022

ECLI:NL:RBAMS:2022:8121Zaaknummer 13/751322-19

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14 december 2022
Publicatiedatum
10 januari 2023
Zaaknummer
13/751322-19
Rechtsgebied
Strafrecht, Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Pools EAB ter tenuitvoerlegging vonnis - artikel 12 OLW - overlevering toegestaan

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Gliwice 5th Criminal Division based in Rybnik (Polen) voor de feiten zoals omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Aldus gedaan door

mr. P. van Kesteren, voorzitter,

mrs. J.A.A.G. de Vries en J. van Zijl, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 14 december 2022.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
  2. 1 Procesgang
  3. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon
  4. 3 Grondslag en inhoud van het EAB
  5. 4 Artikel 12 OLW
  6. 5 Strafbaarheid
  7. 6 Slotsom
  8. 7 Toepasselijke wetsbepalingen
  9. 8 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751322-19

RK nummer: 20/3623

Datum uitspraak: 14 december 2022

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 14 juli 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 22 januari 2019 door the Regional Court in Gliwice 5th Criminal Division based in Rybnik (Polen), aangevuld bij EAB van 27 september 2022, en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1991

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres opgeëiste persoon]

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 30 november 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft.

De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. T. Kocabas, advocaat te Zoetermeer en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de termijn van 90 dagen waarbinnen de rechtbank ex artikel 22 OLW op het overleveringsverzoek moet beslissen, reeds is verstreken. Dat betekent dat de rechtbank de beslistermijn niet meer kan verlengen en dat als gevolg daarvan geen grondslag meer bestaat voor gevangenhouding.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een op 26 oktober 2009 door the District Court of Zory gewezen vonnis met referentie II K 294/09.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 2 jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB 10 maanden en 10 dagen.

De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.

Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4 Artikel 12 OLW

In het EAB onder d) staat vermeld dat de opgeëiste persoon niet is verschenen bij het proces dat tot het vonnis heeft geleid waarvan de tenuitvoerlegging wordt verzocht. Voorts staat onder d) vermeld dat de opgeëiste persoon op 29 september 2009 de oproeping met de datum en het tijdstip voor het proces in persoon heeft ontvangen alsmede dat hij op 13 november 2009 een kopie van het vonnis heeft ontvangen met daarbij de instructie binnen welke termijn hoger beroep kan worden ingesteld. De opgeëiste persoon heeft geen hoger beroep ingesteld.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de uitzonderingen van

artikel 12 onder a en onder c OLW van toepassing zijn en de weigeringsgrond van artikel 12 OLW zich niet voordoet.

5 Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 5, te weten:

Illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.

Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

6 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

7 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Gliwice 5th Criminal Division based in Rybnik (Polen) voor de feiten zoals omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Aldus gedaan door

mr. P. van Kesteren, voorzitter,

mrs. J.A.A.G. de Vries en J. van Zijl, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 14 december 2022.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.