Uitspraak · Europees strafrecht
Rechtbank Amsterdam, 6 december 2022
ECLI:NL:RBAMS:2022:7698Zaaknummer 13/751179-20
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 6 december 2022
- Publicatiedatum
- 27 december 2022
- Zaaknummer
- 13/751179-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht, Europees strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
EAB is door Polen ingetrokken omdat OP reeds in Polen is gearresteerd. Officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
4 Beslissing
VERKLAART de officier van justitie NIET-ONTVANKELIJK in de vordering van 18 mei 2020 tot het in behandeling nemen van het EAB.
STELT VAST dat de geschorste overleveringsdetentie is geëindigd.
Aldus gedaan door
mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter,
mrs. G.M. Beunk en D. Hein, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 6 december 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/751179-20
RK nummer: 20/2568
Datum uitspraak: 6 december 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 18 mei 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 13 december 2019 door the Regional Court in Piotrków Trybunalski (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1979,
adres: [adres],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1 Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 6 december 2022. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Zijn raadsman, mr. R. El Bellaj, advocaat te Tilburg, is ook niet verschenen.
De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de termijn van 90 dagen waarbinnen de rechtbank ex artikel 22 OLW op het overleveringsverzoek moet beslissen, reeds is verstreken. Dat betekent dat de rechtbank de beslistermijn niet meer kan verlengen en dat als gevolg daarvan geen grondslag meer bestaat voor gevangenhouding.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft.
3 Ontvankelijkheid van de officier van justitie
Uit een e-mail van het Openbaar Ministerie, afdeling Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC), van 5 december 2022 blijkt dat het voorliggende EAB door de uitvaardigende justitiële autoriteit is ingetrokken. Op de zitting van 6 december 2022 heeft de officier van justitie aangevuld dat de opgeëiste persoon in 2020 is gearresteerd in Polen en dat de beslissing tot het intrekken van het EAB is genomen op 27 augustus 2020.
Gelet op het bovenstaande verklaart de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
4 Beslissing
VERKLAART de officier van justitie NIET-ONTVANKELIJK in de vordering van 18 mei 2020 tot het in behandeling nemen van het EAB.
STELT VAST dat de geschorste overleveringsdetentie is geëindigd.
Aldus gedaan door
mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter,
mrs. G.M. Beunk en D. Hein, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 6 december 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.