Uitspraak · Europees strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 1 november 2022

ECLI:NL:RBAMS:2022:6465Zaaknummer 13/751718-20

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
1 november 2022
Publicatiedatum
14 november 2022
Zaaknummer
13/751718-20
Rechtsgebied
Strafrecht, Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Op de uitsprakenzitting blijkt het EAB te zijn ingetrokken door Duitsland. Officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.

4 Beslissing

VERKLAART de officier van justitie NIET-ONTVANKELIJK in de vordering van 10 september 2020 tot het in behandeling nemen van het EAB.

STELT VAST dat de overleveringsdetentie is geëindigd.

Aldus gedaan door

mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,

mrs. J.A.A.G. de Vries en J. van Zijl, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 1 november 2022.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
  2. 1 Procesgang
  3. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon
  4. 3 Ontvankelijkheid van de officier van justitie
  5. 4 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751718-20

RK nummer: 20/4365

Datum uitspraak: 1 november 2022

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 10 september 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op

10 januari 2020 door het Amtsgericht Arnstadt (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats] (Letland) op [geboortedag] 1986,

verblijfadres: [adres],

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 18 oktober 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Westerman. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. E. Boskma, advocaat te Alkmaar, en door een tolk in de Letse taal.

De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de termijn van 90 dagen waarbinnen de rechtbank ex artikel 22 OLW op het overleveringsverzoek moet beslissen, reeds is verstreken. Dat betekent dat de rechtbank de beslistermijn niet meer kan verlengen en dat als gevolg daarvan geen grondslag meer bestaat voor gevangenhouding.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Letse nationaliteit heeft.

3 Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Op de uitsprakenzitting van 1 november 2022 is uit door de officier van justitie overlegde stukken gebleken dat het EAB is ingetrokken. Om deze reden heeft de rechtbank het onderzoek heropend en zal de rechtbank de officier van justitie, conform zijn eigen vordering, niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

4 Beslissing

VERKLAART de officier van justitie NIET-ONTVANKELIJK in de vordering van 10 september 2020 tot het in behandeling nemen van het EAB.

STELT VAST dat de overleveringsdetentie is geëindigd.

Aldus gedaan door

mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,

mrs. J.A.A.G. de Vries en J. van Zijl, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 1 november 2022.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.