Uitspraak · Internationaal strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 4 mei 2022

ECLI:NL:RBAMS:2022:2515Zaaknummer 13/751142-22 (EAB I)

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
4 mei 2022
Publicatiedatum
16 mei 2022
Zaaknummer
13/751142-22 (EAB I)
Rechtsgebied
Strafrecht, Internationaal strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Tsjechisch executie-EAB, artikel 12 sub d OLW van toepassing, overlevering toestaan

7 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the District Court in Rokycany (Tsjechië) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Aldus gedaan door

mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter,

mrs. A.K. Glerum en R. Godthelp, rechters,

in tegenwoordigheid van V.D. Reinders, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 4 mei 2022.

De voorzitter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
  2. 1 Procesgang
  3. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon
  4. 3 Grondslag en inhoud van het EAB
  5. 4 Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
  6. 5 Slotsom
  7. 6 Toepasselijke wetsbepalingen
  8. 7 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751142-22 (EAB I)

RK nummer: 22/891

Datum uitspraak: 4 mei 2022

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 17 februari 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 24 februari 2021 door the District Court in Rokycany (Tsjechië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats] (Slowakije) op [geboortedag] 1975,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in de [detentieplaats],

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 21 april 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. A.M.C.J. Baaijens, advocaat te Utrecht en door een tolk in de Tsjechische taal.

Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Tsjechische nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een Judgement issued by the District Court in Rokycany on 7 November 2019 in conjunction with a judgement issued by the Regional Court in Plzeň on 27 February 2020 (reference: 1 T 15/2019, 7 To 25/2020).

In het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van drie jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.

Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

3.1

Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

In onderdeel D van het EAB is aangekruist dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen op het proces dat heeft geleid tot de beslissing.

De opgeëiste persoon heeft daarbij tijdens de zitting verklaard dat hij zowel in eerste aanleg als in hoger beroep aanwezig is geweest. De rechtbank neemt daarom aan dat de opmerking in onderdeel D van het EAB op beide instanties ziet. Artikel 12 OLW staat daarom niet aan de overlevering in de weg.

4 Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 5, te weten:

illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen;

Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Tsjechië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

5 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

6 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

7 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the District Court in Rokycany (Tsjechië) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Aldus gedaan door

mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter,

mrs. A.K. Glerum en R. Godthelp, rechters,

in tegenwoordigheid van V.D. Reinders, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 4 mei 2022.

De voorzitter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.