Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Amsterdam, 1 juli 2020
ECLI:NL:RBAMS:2020:7281Zaaknummer C/13/681079 / HA ZA 20-291
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 1 juli 2020
- Publicatiedatum
- 3 februari 2022
- Zaaknummer
- C/13/681079 / HA ZA 20-291
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vonnis in het incident: ongedaanmakingsverbintenis na ontbinding. Waardevergoeding 6:272 lid 2 BW. Hoogte kan niet worden vastgesteld, schatting.
De rechtbank
in het incident
wijst het gevorderde af,
veroordeelt HEC in de kosten van het incident, aan de zijde van OKSI tot op heden begroot op € 543,00,
veroordeelt HEC in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat HEC niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,
verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
in de hoofdzaak
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 12 augustus 2020 voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.F. Zaagsma, rechter, bijgestaan door mr. J.P. van der Stouwe, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2020.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/681079 / HA ZA 20-291
Vonnis in incident van 1 juli 2020
in de zaak van
de vennootschap naar buitenlands recht
OK-SCORE INSTITUTE,
kantoorhoudende te Rotterdam,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. B.P. van Luyn te Amsterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HET EFFECTENHUIS COMMISSIONAIRS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. A.H. Beekhuizen te Amsterdam.
Partijen zullen hierna OKSI en HEC genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 21 februari 2020, met producties,
- de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid,
- de conclusie van antwoord in het incident.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2 De feiten
OKSI is de rechthebbende van de OK-Score, een door wijlen [naam] in het kader van zijn promotieonderzoek ontwikkeld wiskundig model en classificatiesysteem voor het berekenen van de financiële gezondheid van een bedrijf.
HEC is een beleggingsinstelling. Met behulp van de OK-Score en bijbehorende beeld- en handelsmerken beweegt HEC beleggers om deel te nemen aan door haar beheerde fondsen.
HEC heeft van OKSI het recht verkregen op het gebruik van de OK-Score en de bijbehorende beeld- en handelsmerken. Daartoe zijn drie overeenkomsten gesloten (hierna gezamenlijk: de overeenkomsten), te weten (1) de tussen partijen gesloten ‘Overeenkomst ter zake levering van OK credit scores’ van 16 juni 2015, (2) de tussen HEC en het OK-Score Royalty Centre Ltd gesloten ‘License Agreement’ van 16 juni 2015 en (3) de tussen partijen gesloten ‘Overeenkomst Het Effectenhuis Commissionairs – OK Score Institute’ van 6 februari 2018.
In de hiervoor onder 2.3 onder (1) en (3) genoemde overeenkomsten is een forumkeuze voor deze rechtbank opgenomen. In de hiervoor onder 2.3 onder (2) genoemde overeenkomst een forumkeuze voor de rechtbank te Nicosia (Cyprus).
In 2019 heeft HEC diverse klachten geuit over de uitvoering door OKSI van de overeenkomsten. Naar aanleiding van die klachten hebben partijen overleg gevoerd over mogelijke wijzigingen van de overeenkomsten.
HEC heeft op 8 oktober 2019 aan OKSI bericht, voor zover hier relevant:
“(…) Deze voortdurende wanprestatie van de zijde van OKSI is voor HEC reden om de samenwerkingsovereenkomst met OKSI per 1 juli 2019 te ontbinden. (…)
Vervolgens hebben partijen pogingen gedaan de samenwerking voort te zetten. Toen dat volgens OKSI onmogelijk bleek, heeft OKSI op 28 november 2019 de overeenkomsten per 1 december 2020 opgezegd.
3 Het geschil
in de hoofdzaak
OKSI vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, kort weergegeven:
I. veroordeling van HEC tot het verstrekken aan OKSI van inzichtelijke en correcte overzichten van de kwartaalcijfers van HEC voor het jaar 2019 en voor zover beschikbaar voor 2020;
II. veroordeling van HEC tot betaling aan OKSI van € 23.567,38, te vermeerderen met wettelijke handelsrente;
III. veroordeling van HEC tot betaling aan OKSI hetgeen HEC aan OKSI verschuldigd is op basis van de overeenkomst van 6 februari 2018, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente;
IV. te verklaren voor recht dat tussen partijen de overeenkomsten bestaan;
V. te verklaren voor recht dat HEC onrechtmatig heeft gehandeld jegens OKSI door niet de tussen partijen overeengekomen opzegtermijn in acht te nemen maar op 8 oktober 2019 de overeenkomst te ontbinden en door op en na 5 december 2019 de beleggers in haar fondsen te informeren op de wijze waarop zij dat gedaan heeft en veroordeling van HEC tot vergoeding van de daardoor door OKSI geleden schade, op te maken bij staat;
VI. voorwaardelijk, indien en voor zover het navolgende niet reeds door OKSI in een eiswijziging afdoende is geconcretiseerd tot definitief te vorderen bedragen, betaling bij wijze van voorschot a) € 123.2227,-- voor het derde en vierde kwartaal van 2019 en b) in totaal € 225.916,-- voor het jaar 2020, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke handelsrente;
VII. voorwaardelijk, indien en voor zover daar in het voorgaande niet reeds is voorzien, te verklaren voor recht dat HEC aan OKSI de onder III van het petitum omschreven bedragen, zowel in hoofdsom als bij wijze van wettelijke handelsrente verschuldigd is en HEC te veroordelen tot voldoening hiervan bij wijze van schadevergoeding, op te maken bij staat;
VIII. veroordeling van HEC in de kosten van deze procedure.
in het incident
HEC vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart van de onderhavige vordering kennis te nemen, met veroordeling van OKSI in de kosten van dit incident.
OKSI voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling in het incident
HEC legt aan haar vordering ten grondslag dat op grond van artikel 15 van de tussen HEC en OK-Score Royalty Centre Ltd gesloten overeenkomst van 16 juni 2015 (2) de rechtbank van Nicosia (Cyprus) het bevoegde forum is, zodat deze rechtbank onbevoegd is van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen. Volgens HEC heeft OKSI de bevoegdheidsclausule willen omzeilen door de vordering van de Cypriotische vennootschap aan zichzelf te cederen om vervolgens integraal een vordering bij deze rechtbank in te stellen. De cessie wijzigt echter niets aan die bevoegdheidsclausule, aldus steeds HEC.
OKSI voert het verweer dat haar vorderingen in de hoofdzaak zijn gebaseerd op de twee tussen partijen gesloten overeenkomsten, in welke overeenkomsten een forumkeuze voor deze rechtbank is opgenomen.
Dit verweer slaagt. De rechtbank constateert dat de vorderingen van OKSI in de hoofdzaak is gebaseerd op de tussen partijen gesloten ‘Overeenkomst ter zake levering van OK credit scores’ van 16 juni 2015 (1) en de ‘Overeenkomst Het Effectenhuis Commissionairs – OK Score Institute’ van 6 februari 2008 (3) en dat in die overeenkomsten een forumkeuze voor deze rechtbank is opgenomen. HEC stelt wel dat er een vordering is gecedeerd van OK-Score Royalty Centre Ltd aan OKSI teneinde alles integraal aan rechtbank Amsterdam te kunnen voorleggen, maar zij stelt niet of deze beweerde cessie ten grondslag ligt aan (een deel van) de onderhavige vorderingen (en zo ja, welk deel van de vorderingen), zodat daaraan voorbij wordt gegaan. Er is ook geen redelijk belang gesteld op grond waarvan de rechtsmacht - ondanks het forumkeuzebeding - van de hand moet worden gewezen. Deze rechtbank is dus op grond van artikel 8 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevoegd van het geschil in de hoofdzaak kennis te nemen.
De vordering tot onbevoegdverklaring zal derhalve worden afgewezen.
HEC zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van OKSI worden begroot op € 543,00 (1,0 punt x tarief € 543,00) aan salaris advocaat.
De nakosten zijn toewijsbaar zoals hierna onder de beslissing is vermeld.
5 De beslissing
De rechtbank
in het incident
wijst het gevorderde af,
veroordeelt HEC in de kosten van het incident, aan de zijde van OKSI tot op heden begroot op € 543,00,
veroordeelt HEC in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat HEC niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,
verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
in de hoofdzaak
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 12 augustus 2020 voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.F. Zaagsma, rechter, bijgestaan door mr. J.P. van der Stouwe, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2020.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.