Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Amsterdam, 20 januari 2020
ECLI:NL:RBAMS:2020:292Zaaknummer AMS 19/6663
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 20 januari 2020
- Publicatiedatum
- 26 februari 2020
- Zaaknummer
- AMS 19/6663
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
voorlopige voorziening, geen besluit, geen bezwaar, hersteltermijn verstreken, niet-ontvankelijk
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Otten, rechter, in aanwezigheid van mr. B.V.A. Corstens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op **
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 19/6663
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], te Duivendrecht, verzoekster,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Ouder-Amstel, verweerder.
Procesverloop
Verzoekster heeft de voorzieningenrechter op 14 december 2019 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij brief van 16 december 2019 heeft de griffier verzoekster gewezen op ontbrekende stukken bij het verzoekschrift en verzoekster één week de tijd gegeven om deze stukken alsnog in te sturen. Verzoekster heeft hierop niet gereageerd.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die verzoekt om een voorlopige voorziening moet op grond van de artikelen 8:81, vierde lid, en 6:5, van de Awb met het verzoekschrift een afschrift van het bezwaar- of beroepschrift overleggen en zo mogelijk een afschrift van het besluit waartegen het bezwaar/beroep zich richt. Als dat niet gebeurt, kan de voorzieningenrechter – na een herstelmogelijkheid – het beroep op grond van artikelen 8:81, vierde lid, en 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
3. Verzoekster heeft deze stukken, ook na de door de griffier gegeven herstelmogelijkheid, niet tijdig opgestuurd. De griffier heeft op 16 januari 2020 hierover telefonisch contact gezocht met verzoekster. Verzoekster heeft desgevraagd niet teruggebeld.
4. Verzoekster heeft niet om uitstel van het indienen van de gevraagde stukken verzocht. Verzoekster heeft ook geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim.
5. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Otten, rechter, in aanwezigheid van mr. B.V.A. Corstens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op **
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.