Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 14 mei 2020

ECLI:NL:RBAMS:2020:2586Zaaknummer 13/751189-20

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14 mei 2020
Publicatiedatum
18 mei 2020
Zaaknummer
13/751189-20
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

EAB Duitsland, overlevering toegestaan

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon], aan het Amtsgericht Osnabrück (Duitsland).

Aldus gedaan door

mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzitter,

mrs. M.T.C. de Vries en C. Huizing-Bruil, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 14 mei 2020.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
  2. 1 Procesgang
  3. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon
  4. 3 Verwerping formeel verweer
  5. 4 Grondslag en inhoud van het EAB
  6. 5 Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
  7. 6 Slotsom
  8. 7 Toepasselijke wetsartikelen
  9. 8 Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751189-20

RK nummer: 20/1711

Datum uitspraak: 14 mei 2020

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 13 maart 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 17 juli 2019 door het Amtsgericht Osnabrück (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1977,

uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [plaats],

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

Schriftelijke uitwisseling van standpunten

De raadsvrouw van de opgeëiste persoon, mr. S. Pijl, advocaat te Amsterdam, heeft bij e-mail van 23 april 2020 haar standpunt ingediend. De officier van justitie heeft vervolgens bij e-mail van 28 april 2020 haar standpunt ingediend. De raadsvrouw heeft daarop bij e-mail van 29 april 2020 laten weten geen behoefte (meer) te hebben inhoudelijk te reageren op het standpunt van de officier van justitie.

Zitting

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 30 april 2020. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw zijn – met voorafgaand bericht – niet ter zitting verschenen.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Roemeense nationaliteit heeft.

3 Verwerping formeel verweer

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het EAB niet is ondertekend door een persoon (een rechter) die de uitvaardigende rechterlijke autoriteit vertegenwoordigt en om die reden niet rechtsgeldig is. Dit moet leiden tot weigering van de overlevering dan wel het stellen van vragen over de bevoegdheid van de persoon die het EAB heeft ondertekend, aldus de raadsvrouw.

De officier van justitie heeft in reactie op wat de raadsvrouw heeft aangevoerd een nieuwe versie van het EAB overgelegd, voorzien van een handtekening van een rechter van het Amtsgericht Osnabrück.

De rechtbank stelt vast dat de door de officier van justitie overgelegde nieuwe versie van het EAB op rechtsgeldige wijze is ondertekend. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw en wijst het verzoek om aanhouding voor het stellen van vragen af.

4 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel, uitgevaardigd op 9 juli 2018 door het Amtsgericht Osnabrück.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten.

Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

5 Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 18, te weten:

georganiseerde of gewapende diefstal.

Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar Duits recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

6 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

7 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 van de OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon], aan het Amtsgericht Osnabrück (Duitsland).

Aldus gedaan door

mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzitter,

mrs. M.T.C. de Vries en C. Huizing-Bruil, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 14 mei 2020.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.