Uitspraak · Strafrecht
Rechtbank Amsterdam, 30 november 2017
ECLI:NL:RBAMS:2017:9367Zaaknummer 13/751522-17
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 30 november 2017
- Publicatiedatum
- 15 december 2017
- Zaaknummer
- 13/751522-17
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Op tegenspraak
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
EAB België, Overlevering toegestaan
7 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Parket van de Procureur des Konings te Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde (België) ten behoeve van het in België tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek in verband met het nog niet onherroepelijke vonnis wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.
Aldus gedaan door
mr. A.J. Dondorp, voorzitter,
mrs. R.A.J. Hübel en M.J. Alink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 30 november 2017.
Mr. M.J. Alink is buiten staat deze uitspraak
mede te ondertekenen.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/751522-17
RK nummer: 17/3711
Datum uitspraak: 30 november 2017
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 8 juni 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 31 mei 2016 door het Parket van de Procureur des Konings te Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde (België) en het strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats],
ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvend op het adres:
[BRP-adres],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1 Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 11 oktober 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. K. van der Schaft.
De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht.
De rechtbank heeft op 11 oktober 2017 de termijn verlengd waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in zou slagen binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.
Op 25 oktober 2017 heeft de rechtbank een tussenuitspraak gedaan. De rechtbank heeft het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid van de OLW op te vragen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit.
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft, desgevraagd door de officier van justitie, bij
e-mail bericht van 16 november 2017 vorenbedoelde garantie verstrekt.
De behandeling van vordering is vervolgens hervat op de openbare zitting van
30 november 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. U.EA. Weitzel. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman.
De raadsman heeft geen verweer gevoerd en de officier van justitie heeft geconcludeerd dat de verzochte overlevering toelaatbaar is.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.
3 Tussenuitspraak van 25 oktober 2017 herhaald en ingelast
De tussenuitspraak van 25 oktober 2017 is als bijlage bij deze uitspraak gevoegd. Wat is vermeld in de rubrieken 3 ‘Grondslag en inhoud van het EAB’ en 4 ‘Strafbaarheid’ moet hier als herhaald en ingelast worden beschouwd.
4 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de OLW
De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft, desgevraagd door de officier van justitie, bij e-mail bericht van 16 november 2017 de volgende garantie gegeven:
“In antwoord op uw vraag inzake [opgeëiste persoon], kan ik u meedelen dat mijn ambt wel degelijk de garantie biedt voor de terugkeer naar Nederland van de door u overgeleverde Nederlandse onderdaan of ingezetene. Deze garantie houdt in dat, eens betrokkene in België onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld, deze persoon naar Nederland zal terugkeren om deze straf of maatregel daar te ondergaan.”
Uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien de feiten ook naar Nederlands recht strafbare feiten opleveren. Aan deze voorwaarde is voldaan. De feiten leveren naar Nederlands recht op:
A 1 tot en met 6:
- diefstal;
B:
- deelneming aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;
C:
- poging tot diefstal.
Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende.
5 Slotsom
Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, een garantie is gegeven als bedoeld in artikel 12 onder d van de OLW en een garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de OLW, en er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.
6 Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 45, 140 en 310 van het Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 6 en 7, van de Overleveringswet.
7 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Parket van de Procureur des Konings te Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde (België) ten behoeve van het in België tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek in verband met het nog niet onherroepelijke vonnis wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.
Aldus gedaan door
mr. A.J. Dondorp, voorzitter,
mrs. R.A.J. Hübel en M.J. Alink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 30 november 2017.
Mr. M.J. Alink is buiten staat deze uitspraak
mede te ondertekenen.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 23 OLW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 22 OLW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 6 OLW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 2 OLW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 12 OLW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 45 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 140 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 310 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 29 OLW meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.