Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Amsterdam, 8 november 2013

ECLI:NL:RBAMS:2013:9045Zaaknummer HA RK 13-347

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
8 november 2013
Publicatiedatum
30 december 2013
Zaaknummer
HA RK 13-347
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Wraking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het verzoek is gericht tegen rechters die beiden al een eindbeslissing hebben genomen. De rechtbank overweegt dat het verzoek is gedaan nadat in de desbetreffende zaken einduitspraak was gedaan. Nu de wet niet voorziet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in de hoofdzaak, dient verzoeker in zijn verzoek niet-ontvankelijk te worden verklaard.

3. Beslissing

De rechtbank verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoeken tot wraking

Deze beslissing is gegeven door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, mrs. A.W.H. Vink en M.G. Tarlavski-Reurslag, leden, in tegenwoordigheid van F.C.H. Krieger, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van vrijdag 8 november 2013.

Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, vijfde lid, Rv, geen voorziening open.

Volledige tekst

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beschikking op het bij brief van 30 oktober 2013 gedane en onder rekestnummer

HA RK 13-347 ingeschreven verzoek van:

Drs. [verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

welk verzoek strekt tot wraking van mr. F. van der Hoek en mr. O.J. van Leeuwen, beiden kantonrechter te Amsterdam, hierna: de rechters.

1. Verloop van de procedure

1.1 Verzoeker was partij in een procedure met zaaknummer 1383327 CV EXPL 12-30074. Behandelend rechter was mr. F. van der Hoek. In deze zaak is op 7 februari 2013 einduitspraak gedaan.

1.2 Verzoeker was ook partij in een zaak bij de rechtbank bekend onder zaaknummer 2027034 CV EXPL 13-9682. Behandelend rechter was mr. O.J. van Leeuwen. In deze zaak is op 11 oktober 2013 einduitspraak gedaan.

2. De ontvankelijkheid van het verzoek

Het verzoek is gedaan nadat in de desbetreffende zaken einduitspraak was gedaan. Nu de wet niet voorziet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in de hoofdzaak, dient verzoeker in zijn verzoek niet-ontvankelijk te worden verklaard.

3. Beslissing

De rechtbank verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoeken tot wraking

Deze beslissing is gegeven door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, mrs. A.W.H. Vink en M.G. Tarlavski-Reurslag, leden, in tegenwoordigheid van F.C.H. Krieger, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van vrijdag 8 november 2013.

Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, vijfde lid, Rv, geen voorziening open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.