Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Amsterdam, 24 december 2004

ECLI:NL:RBAMS:2004:AR8399Zaaknummer 13/097231-04

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24 december 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
13/097231-04
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Overlevingswet, Europees aanhoudingsbevel (EAB) uit België, art. 2, 5, 6 en 7 van de OLW.

5. Beslissing

Heropent en schorst het onderzoek tot de zitting van 28 januari 2005 te 12.00 uur teneinde bovengenoemde informatie af te wachten en stelt het dossier daartoe in handen van de officier van justitie.

Beveelt de oproeping van de opgeëiste persoon tegen voornoemd tijdstip, met tijdig bericht daarvan aan zijn raadsman.

Inzake Boeckling

Parketnummer 13/097231-04

Aldus gedaan door

mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzit-ter,

mrs. F. Salomon en R. de Ruijter, rech-ters,

in tegenwoordigheid van mr. M.M. Boyer, grif-fier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 24 december 2004.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Procesgang
  2. 2. Grondslag en inhoud van het EAB
  3. 3. Identiteit van de opgeëiste persoon
  4. 4. Verweren
  5. 5. Beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM, NEGENDE MEERVOUDIGE KAMER BC

Parketnummer: 13/097231-04

RK nummer: 04/4217

Datum uitspraak: 24 december 2004

TUSSEN-

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 10 november 2004 en strekt onder meer tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB), uitgevaardigd door de justitiële autoriteit van België, Jacques Mahieu, onderzoeksrechter in de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, en ontvangen op 10 november 2004. Dit bevel betreft de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,

wonende: [adres],

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1. Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 17 december 2004. Daarbij zijn de offi-cier van justitie, de opgeëiste persoon en zijn raadsman mr. A.M.S.J. Baaijens, advocaat te Utrecht, gehoord.

2. Grondslag en inhoud van het EAB

Aan het EAB ligt ten grondslag een aanhoudingsmandaat bij verstek d.d. 14 oktober 2004. Het EAB houdt het verzoek in om overlevering ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende staat ingesteld strafrechtelijk onderzoek. Dit onderzoek betreft het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schul-dig heeft gemaakt aan een naar het recht van België strafbaar feit.

Het feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB waarvan een door de griffier gewaarmerkte kopie als bijlage aan deze uitspraak is gehecht.

Inzake Boeckling

Parketnummer 13/097231-04

3. Identiteit van de opgeëiste persoon

De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

4. Verweren

De raadsman heeft onder meer aangevoerd dat het feit, zoals in het EAB geformuleerd, geen betrekking heeft op “illegale handel in verdovende middelen”, vermeld onder nummer 5 op bijlage 1 bij de OLW.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het begrip “plantage” aangeeft dat het om een niet geringe hoeveelheid cannabis gaat en het feit niet onduidelijk en niet onvoldoende is omschreven, mede gelet op de brief van Jacques Mahieu, onderzoeksrechter van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, d.d. 19 november 2004.

Nu het EAB betrekking heeft op een lijstfeit, moet het feit zodanig zijn omschreven dat de rechtbank kan beoordelen of de uitvaardigende justitiële autoriteit dat feit in redelijkheid als lijstfeit heeft kunnen aanmerken. De rechtbank is van oordeel dat dit hier niet het geval is. De rechtbank heeft behoefte aan meer informatie omtrent de omvang van de betreffende plantage en de periode waarin de opgeëiste persoon bij het strafbare feit betrokken is geweest. Het onderzoek zal hiertoe worden heropend en geschorst opdat de officier van justitie de gevraagde informatie in het geding kan brengen.

5. Beslissing

Heropent en schorst het onderzoek tot de zitting van 28 januari 2005 te 12.00 uur teneinde bovengenoemde informatie af te wachten en stelt het dossier daartoe in handen van de officier van justitie.

Beveelt de oproeping van de opgeëiste persoon tegen voornoemd tijdstip, met tijdig bericht daarvan aan zijn raadsman.

Inzake Boeckling

Parketnummer 13/097231-04

Aldus gedaan door

mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzit-ter,

mrs. F. Salomon en R. de Ruijter, rech-ters,

in tegenwoordigheid van mr. M.M. Boyer, grif-fier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 24 december 2004.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.