Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 18 november 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1237Zaaknummer 23/04424
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 18 november 2025
- Publicatiedatum
- 18 november 2025
- Zaaknummer
- 23/04424
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd. Vervolgingsverjaring. M1 klaagt terecht dat recht op vervolging door tijdsverloop sinds uitspraak van hof is vervallen. Overige middelen behoeven in verband daarmee geen bespreking. Conclusie strekt tot vernietiging van bestreden uitspraak en tot n-o verklaring van OM in de vervolging.
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.
1 Inleiding
De verdachte is bij arrest van 16 november 2007 door het gerechtshof te 's-Gravenhage[_30584239-e778-42a4-b0e9-94295bed6c81] wegens “valsheid in geschrift, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes weken.
Namens de verdachte heeft J. Boksem, advocaat in Leeuwarden, drie middelen van cassatie voorgesteld.
2 Het eerste middel
Het eerste middel klaagt dat het recht op strafvordering van de bewezenverklaarde feiten door tijdsverloop sinds de uitspraak van het hof is vervallen.
Ten laste van de verdachte is – kort gezegd – bewezenverklaard dat hij zich in de periode van 4 maart 1997 tot en met 1 december 1999 meermalen heeft schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift. De maximum gevangenisstraf waarmee ten tijde van deze feiten valsheid in geschrift in art. 225 Sr werd bedreigd, bedroeg zes jaren. Ingevolge art. 70 lid 1 aanhef en onder 3 Sr verjaren in dat geval de door de verdachte begane feiten na twaalf jaren. Hierbij dient te worden opgemerkt dat elke daad van vervolging ingevolge art. 72 Sr de verjaring stuit, waarna de verjaringstermijn opnieuw begint te lopen, zij het dat sinds 1 januari 2006 een absolute verjaringstermijn geldt die voor misdrijven twee maal de wettelijke verjaringstermijn betreft.
Het arrest van het hof dateert van 16 november 2007. Uit het dossier blijkt in de periode van twaalf jaren na het uitspreken van het arrest niet van enige daad van vervolging, zodat het recht tot strafvordering eind 2019 door verjaring is vervallen.
Het middel slaagt. Dit zal dienen te leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Gelet daarop behoeven de overige middelen geen bespreking.
3 Slotsom
Het eerste middel slaagt. De overige middelen behoeven in verband daarmee geen bespreking.
Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/04424
Zitting 18 november 2025
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.
1 Inleiding
De verdachte is bij arrest van 16 november 2007 door het gerechtshof te 's-Gravenhage[_30584239-e778-42a4-b0e9-94295bed6c81] wegens “valsheid in geschrift, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes weken.
Namens de verdachte heeft J. Boksem, advocaat in Leeuwarden, drie middelen van cassatie voorgesteld.
2 Het eerste middel
Het eerste middel klaagt dat het recht op strafvordering van de bewezenverklaarde feiten door tijdsverloop sinds de uitspraak van het hof is vervallen.
Ten laste van de verdachte is – kort gezegd – bewezenverklaard dat hij zich in de periode van 4 maart 1997 tot en met 1 december 1999 meermalen heeft schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift. De maximum gevangenisstraf waarmee ten tijde van deze feiten valsheid in geschrift in art. 225 Sr werd bedreigd, bedroeg zes jaren. Ingevolge art. 70 lid 1 aanhef en onder 3 Sr verjaren in dat geval de door de verdachte begane feiten na twaalf jaren. Hierbij dient te worden opgemerkt dat elke daad van vervolging ingevolge art. 72 Sr de verjaring stuit, waarna de verjaringstermijn opnieuw begint te lopen, zij het dat sinds 1 januari 2006 een absolute verjaringstermijn geldt die voor misdrijven twee maal de wettelijke verjaringstermijn betreft.
Het arrest van het hof dateert van 16 november 2007. Uit het dossier blijkt in de periode van twaalf jaren na het uitspreken van het arrest niet van enige daad van vervolging, zodat het recht tot strafvordering eind 2019 door verjaring is vervallen.
Het middel slaagt. Dit zal dienen te leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Gelet daarop behoeven de overige middelen geen bespreking.
3 Slotsom
Het eerste middel slaagt. De overige middelen behoeven in verband daarmee geen bespreking.
Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2025:1919 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2025:1919 Hoge Raad, 16 december 2025 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.