Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 8 juli 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1105Zaaknummer 24/00853
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 8 juli 2025
- Publicatiedatum
- 14 oktober 2025
- Zaaknummer
- 24/00853
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Tardief ingesteld beroep; niet-naleving art. 432.1 aanhef en onder a Sv. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
CONCLUSIE
V.M.A. Sinnige
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte
- De verdachte is bij arrest van 9 februari 2024 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens "belaging", veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van een maand, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft het hof een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, opgelegd. Ook heeft het hof een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, inhoudende (kort gezegd) een gebiedsverbod en een contactverbod, een en ander zoals in het arrest vermeld. Tot slot heeft het hof een beslissing genomen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij, een en ander als in het arrest opgenomen.
- Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, hebben een middel van cassatie voorgesteld.
- Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep merk ik het volgende op. Blijkens de stukken is het beroep in cassatie ingesteld op 11 maart 2024. Nu de dagvaarding om op de terechtzitting van het hof van 26 januari 2024 te verschijnen aan de verdachte in persoon is betekend, kan hij ingevolge art. 432 lid 1 aanhef en onder a, Sv niet in het beroep worden ontvangen.[_7e80ff5d-2f06-4bb3-ada1-cd092535fc29]
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
plv. AG
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 24/00853
Zitting 8 juli 2025
CONCLUSIE
V.M.A. Sinnige
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte
- De verdachte is bij arrest van 9 februari 2024 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens "belaging", veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van een maand, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft het hof een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, opgelegd. Ook heeft het hof een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, inhoudende (kort gezegd) een gebiedsverbod en een contactverbod, een en ander zoals in het arrest vermeld. Tot slot heeft het hof een beslissing genomen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij, een en ander als in het arrest opgenomen.
- Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, hebben een middel van cassatie voorgesteld.
- Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep merk ik het volgende op. Blijkens de stukken is het beroep in cassatie ingesteld op 11 maart 2024. Nu de dagvaarding om op de terechtzitting van het hof van 26 januari 2024 te verschijnen aan de verdachte in persoon is betekend, kan hij ingevolge art. 432 lid 1 aanhef en onder a, Sv niet in het beroep worden ontvangen.[_7e80ff5d-2f06-4bb3-ada1-cd092535fc29]
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
plv. AG
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2025:1512 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2025:1512 Hoge Raad, 14 oktober 2025 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.