Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 31 januari 2023
ECLI:NL:PHR:2023:116Zaaknummer 22/04236
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 31 januari 2023
- Publicatiedatum
- 21 februari 2023
- Zaaknummer
- 22/04236
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Overleveringszaak. Opgeëiste persoon kan op grond van art. 29.2 OLW niet in zijn beroep worden ontvangen. Conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Samenhang met 22/04241.
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de opgeëiste persoon.
Inleiding
- De rechtbank Amsterdam heeft bij uitspraak van 26 oktober 2022 de overlevering van de opgeëiste persoon aan the Regional Court in Bydgoszcz, III Criminal Division (Polen) toegestaan wegens het in onderdeel e) van het Europees aanhoudingsbevel (EAB) omschreven feit.
- Er bestaat samenhang met de zaak met nr. 22/04241. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.
- Namens de opgeëiste persoon heeft L. Tricoli, advocaat te Alphen aan den Rijn, drie middelen van cassatie voorgesteld.
Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
4. Het EAB is op 4 april 2019 uitgevaardigd door de “Regional Court in Bydgoszcz, III Criminal Division” in Polen. Naar aanleiding daarvan heeft de officier van justitie op 12 december 2019 een vordering als bedoeld in art. 23 lid 2 Overleveringswet ingediend bij de rechtbank Amsterdam, waarover de rechtbank op 26 oktober 2022 heeft beslist. Aldus is de Overleveringswet in de onderhavige zaak van toepassing.
5. Nu op grond van art. 29 lid 2 Overleveringswet geen gewoon rechtsmiddel openstaat tegen de bestreden uitspraak van de rechtbank omtrent de overlevering van de opgeëiste persoon, kan hij niet in zijn beroep worden ontvangen. Aan de bespreking van de middelen kom ik daarom niet toe.
Slotsom
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer22/04236 U
Zitting 31 januari 2023
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de opgeëiste persoon.
Inleiding
- De rechtbank Amsterdam heeft bij uitspraak van 26 oktober 2022 de overlevering van de opgeëiste persoon aan the Regional Court in Bydgoszcz, III Criminal Division (Polen) toegestaan wegens het in onderdeel e) van het Europees aanhoudingsbevel (EAB) omschreven feit.
- Er bestaat samenhang met de zaak met nr. 22/04241. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.
- Namens de opgeëiste persoon heeft L. Tricoli, advocaat te Alphen aan den Rijn, drie middelen van cassatie voorgesteld.
Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
4. Het EAB is op 4 april 2019 uitgevaardigd door de “Regional Court in Bydgoszcz, III Criminal Division” in Polen. Naar aanleiding daarvan heeft de officier van justitie op 12 december 2019 een vordering als bedoeld in art. 23 lid 2 Overleveringswet ingediend bij de rechtbank Amsterdam, waarover de rechtbank op 26 oktober 2022 heeft beslist. Aldus is de Overleveringswet in de onderhavige zaak van toepassing.
5. Nu op grond van art. 29 lid 2 Overleveringswet geen gewoon rechtsmiddel openstaat tegen de bestreden uitspraak van de rechtbank omtrent de overlevering van de opgeëiste persoon, kan hij niet in zijn beroep worden ontvangen. Aan de bespreking van de middelen kom ik daarom niet toe.
Slotsom
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2023:257 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2023:257 Hoge Raad, 21 februari 2023 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.