Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 8 juni 2021
ECLI:NL:PHR:2021:797Zaaknummer 20/00277
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 8 juni 2021
- Publicatiedatum
- 7 september 2021
- Zaaknummer
- 20/00277
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen van handel in cocaïne. Verdachte n-o in cassatieberoep, geen middelen ingediend. Samenhang met 20/00154, 20/00153 en 20/00272.
CONCLUSIE
F.W. Bleichrodt
In de zaak
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de betrokkene.
- Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft het door de betrokkene verkregen wederrechtelijk verkregen voordeel bij uitspraak van 15 januari 2020 vastgesteld op € 25.014,00 en hem de verplichting opgelegd tot betaling van dat geldbedrag aan de Staat.
- De zaak hangt samen met de zaken met zaaknummers 20/00154 ( [medeverdachte 1] ), 20/00153 ( [medeverdachte 1]) en 20/00272 ( [medeverdachte 3] ). In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
- Namens de betrokkene is beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend.
- De aanzegging in cassatie is op 12 september 2020 in persoon aan de betrokkene uitgereikt op het adres [a-straat 1] te [plaats] .[_906e9f41-34d8-4c5f-920b-93420299dbec] Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 36e, eerste lid, onder b, Sv rechtsgeldig betekend.
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, in samenhang met art. 511h Sv niet in acht genomen, zodat de betrokkene niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 20/00277 P
Zitting 8 juni 2021
CONCLUSIE
F.W. Bleichrodt
In de zaak
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de betrokkene.
- Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft het door de betrokkene verkregen wederrechtelijk verkregen voordeel bij uitspraak van 15 januari 2020 vastgesteld op € 25.014,00 en hem de verplichting opgelegd tot betaling van dat geldbedrag aan de Staat.
- De zaak hangt samen met de zaken met zaaknummers 20/00154 ( [medeverdachte 1] ), 20/00153 ( [medeverdachte 1]) en 20/00272 ( [medeverdachte 3] ). In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
- Namens de betrokkene is beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend.
- De aanzegging in cassatie is op 12 september 2020 in persoon aan de betrokkene uitgereikt op het adres [a-straat 1] te [plaats] .[_906e9f41-34d8-4c5f-920b-93420299dbec] Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 36e, eerste lid, onder b, Sv rechtsgeldig betekend.
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, in samenhang met art. 511h Sv niet in acht genomen, zodat de betrokkene niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHARL:2020:364 http://psi.rechtspraak.nl/conclusieVoorCassatie
- ECLI:NL:HR:2021:1219 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2021:1219 Hoge Raad, 7 september 2021 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.