Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 24 januari 2017

ECLI:NL:PHR:2017:93Zaaknummer 15/00382

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
24 januari 2017
Publicatiedatum
28 februari 2017
Zaaknummer
15/00382
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Serie vermogensdelicten regio Den Bosch. HR: art. 80a RO. Samenhang met 15/00651 en 15/00654.

Volledige tekst

Nr. 15/00382 Zitting: 24 januari 2017 (bij vervroeging)Mr. D.J.C. Aben Conclusie inzake: [verdachte]
  • Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft de verdachte bij arrest van 23 januari 2015 ter zake “diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek zoals bedoeld in art. 27 Sr. Tevens heeft het hof de teruggave alsook de onttrekking aan het verkeer bevolen van verschillende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen en beslist ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen, een en ander zoals nader in het arrest omschreven. Ten slotte heeft het hof de tenuitvoerlegging gelast van de door de meervoudige kamer van de rechtbank te ’s-Hertogenbosch op 20 juli 2011 opgelegde gevangenisstraf voor de duur van tien maanden.
  • Er bestaat samenhang met de zaken 15/00651 en 15/00654. In deze zaken zal ik vandaag eveneens concluderen.
  • Namens de verdachte is cassatie ingesteld. Mr. I.T.H.L. van de Bergh, advocaat te Maastricht, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.
  • Ik begin met het tweede middel dat klaagt over het bewezenverklaarde medeplegen.
  • Anders dan de steller van het middel in de toelichting betoogt, heeft het hof, met toepassing van de juiste maatstaf, uit de gebezigde bewijsmiddelen zonder meer kunnen afleiden dat de verdachte door diens voorverkenning, het gezamenlijk voorbespreken van de uitvoering, het opperen van de verdeelsleutel inzake de te verwachten buit alsook door diens aanwezigheid tijdens de uitvoering, bewust en nauw heeft samengewerkt met zijn medeverdachten bij het plegen van — kort gezegd — de overval op [A] B.V in de Brabanthallen. De toelichting op het middel betreft een duidelijk geval van napleiten en miskent de rechterlijke wegings- en waarderingsvrijheid. Het tweede middel kan klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden.
  • Het eerste middel waarin met een beroep op art. 6, eerste lid, EVRM wordt geklaagd over de overschrijding van de redelijke (inzend)termijn in cassatie, behoeft gezien het lot van het tweede middel geen bespreking.[_0da997d7-648a-4c73-af58-b948270f77ed]

7. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.