Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 20 juni 2017
ECLI:NL:PHR:2017:848Zaaknummer 15/05757
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 20 juni 2017
- Publicatiedatum
- 19 september 2017
- Zaaknummer
- 15/05757
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Medeplegen van discriminatie in de uitoefening van beroep, art. 137g Sr. Portier. Toepassen zgn. ‘allochtonentaks’ bij discotheek. Middel i.h.b. over onbegrijpelijkheden in de bewijsoverweging van het Hof. HR: art. 80a RO. Samenhang met 16/00841 en 16/00843.
Volledige tekst
| Nr. 15/05757 Zitting: 20 juni 2017 | Mr. A.E. Harteveld Conclusie inzake: [verdachte] |
- De verdachte is bij arrest van 7 december 2015 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens “in de uitoefening van een beroep personen opzettelijk discrimineren wegens hun ras”, veroordeeld tot een geldboete van€ 850,00, subsidiair 17 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
- Er bestaat samenhang met de zaken 16/00841 en 16/00843. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
- Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. M.A. Muntjewerf, advocaat te Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
- Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“hij op 19 maart 2011 te Almere in de uitoefening van een beroep, namelijk als portier van discotheek/uitgaansgelegenheid (VOF) [A], [betrokkene 1] opzettelijk heeft gediscrimineerd wegens zijn ras, namelijk wegens zijn donkere huidskleur en/of zijn Surinaamse en/of niet- Nederlandse etnische afkomst, door [betrokkene 1] de toegang tot discotheek [A] te weigeren omdat hij "geen vaste klant" was, terwijl overige personen met een blanke/lichte huidskleur die (ook) geen vaste klant waren niet de toegang werd geweigerd en/of ontzegd.”
5. Het middel
5.1. Het middel richt zich tegen de bewezenverklaring en klaagt in het bijzonder over onbegrijpelijkheden in de bewijsoverweging van het hof in het bestreden arrest. Het hof heeft het bewezenverklaarde echter op geenszins onbegrijpelijke wijze kunnen afleiden uit de bewijsmiddelen.
5.2. Het middel is evident kansloos.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2017:2398 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2017:2398 Hoge Raad, 19 september 2017 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.