Conclusie · Civiel recht
Parket bij de Hoge Raad, 29 september 2017
ECLI:NL:PHR:2017:1055Zaaknummer 17/02977
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 29 september 2017
- Publicatiedatum
- 13 oktober 2017
- Zaaknummer
- 17/02977
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Procesrecht. Verzoek verstekverlening in digitale vorderingsprocedure (KEI). Gevolgen van het niet in acht nemen van de tweewekentermijn van art. 112 lid 1 Rv.
3 Conclusie
Ik concludeer tot verstekverlening.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Zaaknr: 17/02977
Mr. L. Timmerman
Zitting: 29 september 2017
Conclusie inzake:
[eiser]
tegen
[verweerder]
1 Voorgeschiedenis
Met een op 20 juni 2017 bij de Hoge Raad ingediende procesinleiding in cassatie heeft eiser tot cassatie in een vorderingszaak beroep in cassatie ingesteld tegen het tussenarrest van 24 mei 2016 en het eindarrest van 28 maart 2017 van het gerechtshof ’s Hertogenbosch.
Het oproepingsbericht is bij exploot van 28 juli aan de verweerder betekend. In het exploot heeft de deurwaarder de uiterste verschijningsdatum in de procesinleiding gewijzigd van 25 augustus 2017 in 1 september 2017.
Voor verweerder in cassatie heeft zich op of voor 1 september 2017 geen advocaat gesteld. Eiser tot cassatie heeft om verlening van verstek tegen verweerder verzocht. Tot op de dag van deze conclusie heeft zich voor verweerder geen advocaat gesteld.
2 Vraagstelling en antwoord
Het exploot van 28 juli 2017 had op grond van art. 112 lid 1 Rv op of voor 4 juli 2017 betekend moeten zijn. Die fout is door eiser nu niet meer te herstellen. Op grond van art. 120 lid 1 Rv is een dergelijk exploot nietig. Voor zover ik heb kunnen nagaan, heeft de verweerder geen nadeel ondervonden als gevolg van de door eiser gemaakte fout. De verweerder heeft de door de wet vereiste stukken ontvangen. Vervolgens heeft hij overeenkomstig art. 30a lid 3 onder c tenminste vier weken de tijd gehad om in het geding te verschijnen. Kan tegen de verweerder verstek worden verleend?
Ik ben van oordeel dat een redelijke toepassing van art. 120 lid 1 Rv meebrengt dat de verstekverlening in het onderhavige geval mogelijk is. De in dit artikel opgenomen nietigheid heeft hier geen redelijke zin. Van belang is mijns inziens vooral dat de verweerder meer dan vier weken de tijd heeft gehad om in het geding te verschijnen.
3 Conclusie
Ik concludeer tot verstekverlening.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 112 Rv
- Artikel 120 Rv meer uitspraken over dit artikel
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2017:2629 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2017:2629 Hoge Raad, 13 oktober 2017 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.