Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 7 april 2015
ECLI:NL:PHR:2015:637Zaaknummer 13/01258
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 7 april 2015
- Publicatiedatum
- 26 mei 2015
- Zaaknummer
- 13/01258
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
HR: art. 80aRO
Volledige tekst
| Nr. 13/01258 Zitting: 7 april 2015 | Mr. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte] [_dbfb42af-dceb-421b-af5d-686e876c9d29] |
1. Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 27 december 2012. Namens verzoeker is tijdig een schriftuur houdende een middel van cassatie ingezonden.
2. Het middel, dat klaagt dat de strafoplegging zonder nadere motivering onbegrijpelijk is, kan klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden. Ook in het licht van hetgeen door de verdediging is aangevoerd, is ’s Hofs oordeel dat “niet [kan] worden volstaan met een straf als bepleit door de verdediging, omdat daarin de ernst van het bewezen verklaarde onvoldoende tot uitdrukking komt” geenszins onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.
3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2015:1273 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2015:1273 Hoge Raad, 19 mei 2015 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.