Conclusie · Civiel recht
Parket bij de Hoge Raad, 6 maart 2015
ECLI:NL:PHR:2015:417Zaaknummer 15/00048
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 6 maart 2015
- Publicatiedatum
- 24 april 2015
- Zaaknummer
- 15/00048
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Art 80 a lid 1 RO. WSNP. Afwijzing toelatingsverzoek.
Conclusie
De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring op grond van art. 80a lid 1 RO.
De procureur-generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G
Volledige tekst
| 15/00048 | Mr. L. Timmerman |
| Zitting: 6 maart 2015 | |
| Conclusie inzake: | |
| 1. [verzoeker 1] 2. [verzoekster 2], | |
| verzoekers tot cassatie |
1. Bij vonnis van 12 november 2014 heeft de rechtbank Oost-Brabant het verzoek van verzoekers tot cassatie (hierna: gezamenlijk “[verzoekers]” en afzonderlijk “[verzoeker 1]” en “[verzoekster 2]”) tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen.
In het door [verzoekers] hiertegen ingestelde hoger beroep heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch bij arrest van 30 december 2014 het bestreden vonnis bekrachtigd.[_bc7bf0c6-8134-4e31-b4a7-7fbe0189c473]
2. Het hof heeft ex art. 288 lid 1 sub c Fw geoordeeld dat thans nog niet voldoende aannemelijk is dat [verzoekers] de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen (waaronder de sollicitatieverplichting) naar behoren zullen nakomen en zich zullen inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven (rov. 3.6.4). Het hof heeft daartoe (onder andere en kort gezegd) overwogen (in rov. 3.6.3) dat het grote twijfels heeft over de arbeidsinzet van [verzoekers] [verzoekster 2] werkt niet, terwijl er geen rapportages zijn waaruit haar arbeidsongeschiktheid blijkt, en heeft niet (aantoonbaar) gesolliciteerd. Ook [verzoeker 1] heeft nauwelijks gesolliciteerd. [verzoekers] hebben zich dan ook (aldus het hof) onvoldoende ingespannen om extra inkomsten te verwerven.
3. [verzoekers] hebben tegen het arrest van het hof cassatieberoep ingesteld bij verzoekschrift, tijdig ingekomen ter griffie van de Hoge Raad op 6 januari 2015.
Namens [verzoekers] is aangegeven (op p. 3 van het verzoekschrift tot cassatie) dat het proces-verbaal van de mondelinge behandeling (die op 17 december 2014 bij het hof heeft plaatsgevonden) is opgevraagd en dat zij zich het recht voorbehouden naar aanleiding van dit proces-verbaal het verzoekschrift eventueel nader aan te vullen. Van deze mogelijkheid hebben zij geen gebruik gemaakt.
4. Het cassatiemiddel klaagt met zowel een rechtsklacht als een motiveringsklacht dat het hof zijn afwijzing (in rov. 3.6.3 en 3.6.4) uitsluitend baseert op art. 288 lid 1 sub c Fw, terwijl de rechtbank op grond van hetzelfde feitencomplex haar afwijzing tevens gebaseerd had op art. 288 lid 1 sub b Fw (ingevolge welke bepaling een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling slechts wordt toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest).
5. Het middel kan klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden wegens een gebrek aan belang. Het oordeel van het hof dat gezien het gebrek aan sollicitatieactiviteiten thans nog niet voldoende aannemelijk is dat [verzoekers] de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende (sollicitatie)verplichtingen naar behoren zullen nakomen, is een zelfstandig dragend – en voldoende gemotiveerd – oordeel. Dit oordeel is gebaseerd op het niet voldaan zijn aan een voor toelating tot de schuldsaneringsregeling imperatief vereiste (met betrekking tot de sollicitatieverplichting). Hieraan doet niet af dat de rechtbank haar oordeel tevens had gebaseerd op het niet voldaan zijn aan een ander imperatief toelatingsvereiste (met betrekking tot de goede trouw).
Conclusie
De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring op grond van art. 80a lid 1 RO.
De procureur-generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2015:1138 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2015:1138 Hoge Raad, 24 april 2015 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.