Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 10 juni 2014
ECLI:NL:PHR:2014:658Zaaknummer 14/00250
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 10 juni 2014
- Publicatiedatum
- 2 juli 2014
- Zaaknummer
- 14/00250
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
HR: art. 80a RO.
Volledige tekst
Nr. 14/00250
Mr. Vegter
Zitting 10 juni 2014
Standpunt/conclusie inzake:
[verdachte][_140ac941-fd2d-40f5-bb25-7b7a7b2ed206]
1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beslissing van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden van 19 april 2013. Er is tijdig een schriftuur ingekomen.
2. Het eerste middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring en berust op de stelling dat het enkele feit dat er DNA van verdachte op een bij de overval gebruikte bivakmuts is aangetroffen onvoldoende is voor een bewezenverklaring. Er is geen twijfel over dat het gestelde ‘enkele feit’ onvoldoende is, maar van een enkel feit is gelet op de bewijsvoering van het Hof geen sprake. Het middel is kansloos en het tweede middel dat klaagt over schending van de redelijke termijn deelt bij gebrek aan belang in dat lot.
3. Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het beroep in cassatie nu het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2014:1596 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2014:1596 Hoge Raad, 1 juli 2014 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.