Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 28 januari 2014
ECLI:NL:PHR:2014:61Zaaknummer 13/02406
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 28 januari 2014
- Publicatiedatum
- 19 februari 2014
- Zaaknummer
- 13/02406
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
HR: art. 80a RO.
Volledige tekst
Nr. 13/02406
Mr. Aben
Zitting 28 januari 2014
Bestreden arrest:
Gerechtshof ’s-Gravenhage d.d. 8 maart 2013
Standpunt c.q. conclusie inzake:
[verdachte]
Het eerste middel, dat klaagt dat de poging doodslag niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid, miskent dat het hof zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de verdachte door het hoofd van het slachtoffer met kracht tot tweemaal toe tegen de stoeprand of het wegdek te slaan bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer als gevolg daarvan zou kunnen komen te overlijden.
Het tweede middel stuit af op de aan de rechter toekomende vrijheid in de selectie en waardering van de bewijsmiddelen. ’s Hofs oordeel waarom het geen aanleiding ziet de verklaringen van twee getuigen als onaannemelijk of ongeloofwaardig terzijde te schuiven is bovendien toereikend gemotiveerd.
Het derde middel is evident kansloos, nu ’s hofs verwerping van het beroep op noodweer geenszins onbegrijpelijk is en evenmin blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting.
De klacht kan worden afgedaan op de voet van artikel 80a RO.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,
n.d.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2014:363 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2014:363 Hoge Raad, 18 februari 2014 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.