Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 15 april 2014
ECLI:NL:PHR:2014:548Zaaknummer 13/02348
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 15 april 2014
- Publicatiedatum
- 18 juni 2014
- Zaaknummer
- 13/02348
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
HR: art. 80a RO.
Conclusie inzake:
[verdachte] [_165d5886-e20a-4a94-98cc-fa32fb8a42b8]
1. Mr. R. Pothast, advocaat te Amsterdam, heeft in deze zaak bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
2. Het middel klaagt dat het Hof het voorwaardelijk opzet van verdachte als medeplichtige op bedreiging met zware mishandeling ontoereikend heeft gemotiveerd.
3. Het middel berust op een te beperkte lezing van de bestreden uitspraak. Het Hof heeft niet alleen in aanmerking genomen dat verdachte wist dat één van de twee broers die hij met de auto na een zoektocht naar [slachtoffer] bracht gewoonlijk een mes bij zich droeg, maar ook (onder meer) dat het ging om ‘een situatie van levensbelang’ en dat hij hoorde dat de broers afspraken om ieder vanaf een andere kant op die [slachtoffer] af te gaan. Verdachte is blijven wachten en heeft de broers na het steekincident thuis gebracht, terwijl voorts uit een opgenomen vertrouwelijk gesprek tussen de broers blijkt dat verdachte zijn eigen rol heeft gebagatelliseerd. Tegen de achtergrond van deze feitelijke vaststellingen van het Hof is het aangenomen (ten minste voorwaardelijk) opzet toereikend gemotiveerd.
4. Het middel is evident tevergeefs voorgesteld.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Volledige tekst
Nr. 13/02348
Zitting 15 april 2014
Mr. Harteveld
Conclusie inzake:
[verdachte] [_165d5886-e20a-4a94-98cc-fa32fb8a42b8]
1. Mr. R. Pothast, advocaat te Amsterdam, heeft in deze zaak bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
2. Het middel klaagt dat het Hof het voorwaardelijk opzet van verdachte als medeplichtige op bedreiging met zware mishandeling ontoereikend heeft gemotiveerd.
3. Het middel berust op een te beperkte lezing van de bestreden uitspraak. Het Hof heeft niet alleen in aanmerking genomen dat verdachte wist dat één van de twee broers die hij met de auto na een zoektocht naar [slachtoffer] bracht gewoonlijk een mes bij zich droeg, maar ook (onder meer) dat het ging om ‘een situatie van levensbelang’ en dat hij hoorde dat de broers afspraken om ieder vanaf een andere kant op die [slachtoffer] af te gaan. Verdachte is blijven wachten en heeft de broers na het steekincident thuis gebracht, terwijl voorts uit een opgenomen vertrouwelijk gesprek tussen de broers blijkt dat verdachte zijn eigen rol heeft gebagatelliseerd. Tegen de achtergrond van deze feitelijke vaststellingen van het Hof is het aangenomen (ten minste voorwaardelijk) opzet toereikend gemotiveerd.
4. Het middel is evident tevergeefs voorgesteld.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2014:1450 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2014:1450 Hoge Raad, 17 juni 2014 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.