Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 15 april 2014

ECLI:NL:PHR:2014:415Zaaknummer 13/03569

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
15 april 2014
Publicatiedatum
20 mei 2014
Zaaknummer
13/03569
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

HR: art. 80a RO.

Volledige tekst

Nr. 13/03569 Zitting: 15 april 2014Mr. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte]

1. Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Den Haag van 27 juni 2013. Namens verzoeker is tijdig een schriftuur houdende een middel van cassatie ingezonden.

2. Het middel klaagt over de verwerping van het verweer dat aannemelijk is dat een zekere ‘[betrokkene]’ (althans een ander dan verzoeker) de schutter was die het slachtoffer om het leven heeft gebracht. ’s Hofs verwerping van het in het middel bedoelde verweer is geenszins onbegrijpelijk en behoefde in het licht van het door de verdediging aangevoerde geen nadere motivering. Dat brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.

3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.