Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 21 januari 2014

ECLI:NL:PHR:2014:40Zaaknummer 12/05418

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
21 januari 2014
Publicatiedatum
12 februari 2014
Zaaknummer
12/05418
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

HR: art. 80a RO

Volledige tekst

Nr. 12/05418 Zitting: 21 januari 2014Mr. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte]

1. Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 14 november 2012. Namens verzoeker is tijdig een schriftuur houdende één middel van cassatie ingezonden.

2. Het middel stuit af op de omstandigheid dat de motiveringsplicht van art. 359, tweede lid, Sv niet zo ver gaat dat bij de niet-aanvaarding van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt op ieder detail van de argumentatie moet worden ingegaan.[_108aca9a-f005-46ab-8f0a-d133ae7a70e7] Dat brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.

3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.