Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 28 oktober 2014

ECLI:NL:PHR:2014:2081Zaaknummer 13/04606

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
28 oktober 2014
Publicatiedatum
18 november 2014
Zaaknummer
13/04606
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

HR: art. 80a RO.

Volledige tekst

Nr. 13/04606

Mr. Aben

Zitting 28 oktober 2014

Standpunt c.q. conclusie inzake:

[verdachte]

Bestreden arrest:

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 29 augustus 2013

Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaarde poging doodslag.

Anders dan het middel aanvoert vermag ik niet in te zien dat ’s hofs oordeel dat de verdachte vanaf een zeer geringe afstand met kracht een stekende beweging in de richting van de buik van het slachtoffer heeft gemaakt niet te rijmen zou zijn met de verklaring van het slachtoffer dat hij en de verdachte bij de eerste stekende beweging op een meter afstand van elkaar hebben gestaan.

Het hof heeft voorts geoordeeld dat door met kracht in de richting van de buik met een mes te steken, naar algemene ervaringsregels de kans aanmerkelijk is dat een persoon levensbedreigend gewond raakt en komt te overlijden nu zich in de buik zeer kwetsbare en vitale delen van het lichaam bevinden. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is geenszins onbegrijpelijk. Daaraan doet niet af dat de verdachte heeft verklaard dat het mes als een klein mes is te beschouwen. Opmerking verdient dat het lemmet van het door de verdachte gebruikte knipmes, blijkens een van de als bewijsmiddel 15 tot het bewijs gebezigde foto’s, ruim 6 cm bedroeg.

De klachten kunnen worden afgedaan op de voet van artikel 80a RO.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,

n.d.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.