Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 2 september 2014

ECLI:NL:PHR:2014:2048Zaaknummer 13/04758

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
2 september 2014
Publicatiedatum
30 november 2022
Zaaknummer
13/04758
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

-

Volledige tekst

Nr. 13/04758

Mr. Aben

Zitting 2 september 2014

Standpunt c.q. conclusie inzake:

[verdachte]

Bestreden arrest:

Gerechtshof ’s-Gravenhage d.d. 17 september 2013

Het hof heeft de verdachte veroordeeld wegens poging tot doodslag. Bewezen verklaard is dat het slachtoffer meermalen met kracht met de botte kant van een zware bijl heeft geslagen, onder meer in de richting van het hoofd van het slachtoffer.

Met betrekking tot de bewezenverklaring heeft het hof het volgende overwogen:

“Door de verdediging is bestreden dat de onder 1 tenlastegelegde handelingen poging tot doodslag op leveren. Het hof stelt vast dat uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte met de scherpe kant van een bijl die 3 a 4 kilo zwaar was en een stalen kop had dusdanig slaande bewegingen richting het hoofd van de aangever heeft gemaakt, dat de aangever zich daartegen moest verweren door zijn armen op zijn hoofd te leggen. Dat de slaande bewegingen met kracht zijn gemaakt leidt het hof af uit de breuk van de linker onderarm van Vrolijk die als gevolg van het slaan met de bijl is ontstaan. De kans dat een dergelijke krachtige slag met een 3 a 4 kilogram zware bijl op de schedel van een mens de dood ten gevolge heeft wordt door het hof als aanmerkelijk gekwalificeerd. Onder die omstandigheden is het hof van oordeel dat de verdachte door die bewegingen met een dergelijk kracht en dergelijk gevaarlijk voorwerp te maken, bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de aangever daardoor zou kunnen te komen overlijden.”

Het middel, dat klaagt over de motivering van de bewezenverklaring is evident kansloos voorgesteld. ’s Hofs oordeel dat de slaande bewegingen met kracht zijn gemaakt, komt mij geenszins onbegrijpelijk voor. Dat oordeel is bovendien toereikend gemotiveerd. Daaraan doet niet af dat, zoals door de steller van het middel wordt aangevoerd, uit de voor het bewijs gebezigde medische verklaring (bewijsm. 5) slechts kan volgen dat het slachtoffer aan zijn linkerarm letsel heeft bekomen.

De klacht kan worden afgedaan op de voet van artikel 80a RO.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,

n.d.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.