Conclusie · Civiel recht
Parket bij de Hoge Raad, 18 juli 2014
ECLI:NL:PHR:2014:1734Zaaknummer 14/03015
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 18 juli 2014
- Publicatiedatum
- 3 oktober 2014
- Zaaknummer
- 14/03015
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Cassatieprocesrecht. Ontvankelijkheid (art. 426a lid 1 Rv). Cassatierekest niet ondertekend door advocaat.
Conclusie inzake:
[verzoeker]
tegen
Officier van Justitie Den Haag
1. Bij beschikking van 13 maart 2014 heeft de rechtbank Den Haag een machtiging tot voortgezet verblijf als bedoeld in art. 15 Wet Bopz verleend ten aanzien van verzoeker tot cassatie (hierna: betrokkene).
2. Bij faxbericht, ter griffie ingekomen op 13 juni 2014, heeft mr. H.F. van Kregten, advocaat te Waddinxveen, namens betrokkene te kennen gegeven dat hij beroep in cassatie wil instellen tegen deze beschikking. Het faxbericht is tot op heden niet gevolgd door een verzoekschrift dat door een advocaat bij de Hoge Raad is ondertekend. Het cassatieverzoek behelst geen omschrijving van de middelen van cassatie en voldoet ook in dat opzicht niet aan de eisen van art. 426a Rv.
3. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,
a. - g.
Volledige tekst
14/03015
Mr. F.F. Langemeijer
18 juli 2014 (art. 80a RO)
Conclusie inzake:
[verzoeker]
tegen
Officier van Justitie Den Haag
1. Bij beschikking van 13 maart 2014 heeft de rechtbank Den Haag een machtiging tot voortgezet verblijf als bedoeld in art. 15 Wet Bopz verleend ten aanzien van verzoeker tot cassatie (hierna: betrokkene).
2. Bij faxbericht, ter griffie ingekomen op 13 juni 2014, heeft mr. H.F. van Kregten, advocaat te Waddinxveen, namens betrokkene te kennen gegeven dat hij beroep in cassatie wil instellen tegen deze beschikking. Het faxbericht is tot op heden niet gevolgd door een verzoekschrift dat door een advocaat bij de Hoge Raad is ondertekend. Het cassatieverzoek behelst geen omschrijving van de middelen van cassatie en voldoet ook in dat opzicht niet aan de eisen van art. 426a Rv.
3. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,
a. - g.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2014:2908 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2014:2908 Hoge Raad, 3 oktober 2014 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.