Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 11 februari 2014
ECLI:NL:PHR:2014:119Zaaknummer 13/01969
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 11 februari 2014
- Publicatiedatum
- 11 maart 2014
- Zaaknummer
- 13/01969
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
HR: art. 80a RO.
Volledige tekst
| Nr. 13/01969 Zitting: 11 februari 2014 | Mr. Vegter Standpunt/conclusie inzake: [verdachte] |
1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beslissing van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 april 2013. Er is tijdig een schriftuur houdende een van cassatie ingekomen.
2. Het middel richt zich tegen de motivering van de bewezenverklaring. De verklaringen van een tweetal getuigen dat zij hebben gezien dat er geschoten is, bevatten volgens de steller van het middel een conclusie, omdat die getuigen het wapen zelf niet gezien hebben. Waarom niet op grond van andere factoren dan het waarnemen van het wapen zelf kan worden geconstateerd dat er wordt geschoten wordt niet nader toegelicht. Ik acht dat echter geen geenszins uitgesloten. Betekenis kan daarbij al dan niet in onderling verband worden toegekend aan de lichaamsbeweging, het richten van een voorwerp en het geluid, maar eventueel ook aan vrijwel gelijktijdig veroorzaakte beschadigingen en verwondingen. Mede in het licht van de context van de verklaringen van bedoelde getuigen bevatten de verklaringen dat er geschoten is geen ongeoorloofde conclusies.
3. Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2014:529 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2014:529 Hoge Raad, 11 maart 2014 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.