Conclusie · Civiel recht

Parket bij de Hoge Raad, 26 april 2013

ECLI:NL:PHR:2013:BZ5362Zaaknummer 12/04382

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
26 april 2013
Publicatiedatum
26 april 2013
Zaaknummer
12/04382
Rechtsgebied
Civiel recht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Cassatie. Niet-ontvankelijkheid in verband met overschrijding cassatietermijn in kort geding; art. 339 lid 2, 402 lid 2 Rv.

Conclusie inzake:

Stichting Berregratte

tegen

[Verweerder]

1. In deze zaak wordt volstaan met een verkorte conclusie. Het onderhavige kort geding is de Hoge Raad bekend uit HR 20 mei 2011 (LJN: BP6591), NJ 2011/240. Bij dat arrest heeft de Hoge Raad de zaak verwezen naar het gerechtshof te Arnhem ter verdere behandeling. Bij arrest van 8 mei 2012 heeft het hof het vonnis van de voorzieningenrechter van 27 september 2007 gedeeltelijk vernietigd, bepaald dat de in eerste aanleg getroffen voorzieningen geen werking meer hebben na 31 december 2007 en de dwangsomsanctie aan een maximum gebonden.

2. Bij dagvaarding, betekend op 7 augustus 2012, heeft de Stichting beroep in cassatie ingesteld. Tegen [verweerder] is in cassatie verstek verleend.

3. Op grond van art. 402 lid 2 in verbinding met art. 339 lid 2 Rv bedraagt de termijn voor een cassatieberoep tegen een uitspraak in appel in kort geding acht weken. De cassatietermijn verstreek op 3 juli 2012. Hieruit volgt dat het cassatieberoep te laat is ingesteld.

4. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de Stichting in haar cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden,

a. - g.

Volledige tekst

12/04382

Mr. F.F. Langemeijer

8 februari 2013

Conclusie inzake:

Stichting Berregratte

tegen

[Verweerder]

1. In deze zaak wordt volstaan met een verkorte conclusie. Het onderhavige kort geding is de Hoge Raad bekend uit HR 20 mei 2011 (LJN: BP6591), NJ 2011/240. Bij dat arrest heeft de Hoge Raad de zaak verwezen naar het gerechtshof te Arnhem ter verdere behandeling. Bij arrest van 8 mei 2012 heeft het hof het vonnis van de voorzieningenrechter van 27 september 2007 gedeeltelijk vernietigd, bepaald dat de in eerste aanleg getroffen voorzieningen geen werking meer hebben na 31 december 2007 en de dwangsomsanctie aan een maximum gebonden.

2. Bij dagvaarding, betekend op 7 augustus 2012, heeft de Stichting beroep in cassatie ingesteld. Tegen [verweerder] is in cassatie verstek verleend.

3. Op grond van art. 402 lid 2 in verbinding met art. 339 lid 2 Rv bedraagt de termijn voor een cassatieberoep tegen een uitspraak in appel in kort geding acht weken. De cassatietermijn verstreek op 3 juli 2012. Hieruit volgt dat het cassatieberoep te laat is ingesteld.

4. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de Stichting in haar cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden,

a. - g.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.