Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 11 juni 2013

ECLI:NL:PHR:2013:93Zaaknummer 12/02186

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
11 juni 2013
Publicatiedatum
22 juli 2013
Zaaknummer
12/02186
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk o.g.v. art. 80a RO.

Volledige tekst

Nr. 12/02186

Mr. Aben

Zitting 11 juni 2013

Standpunt c.q. conclusie inzake:

[verdachte]

Bestreden arrest: Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 23 maart 2012

Het middel klaagt over de verwerping van een bewijsverweer en beroept zich daarbij onder meer op de ‘unus testis’-regel. Er zou onvoldoende steunbewijs zijn voor de aangifte van [betrokkene].

Het middel miskent echter dat het bijkomende bewijsmateriaal weliswaar niet in een te ver verwijderd verband mag staan met de essentie van de alleenstaande getuigenverklaring, maar dat niet wordt gevergd dat het steunbewijs de lezing van de verdachte in volle omvang weerlegt. Waar het om gaat is dat het steunbewijs de lezing van aangeefster in voldoende mate meer waarschijnlijk maakt dan de lezing van de verdachte, en dat doet het in deze strafzaak. Het hof heeft bovendien in een bewijsoverweging geenszins onbegrijpelijk gemotiveerd waarom het op basis van de bewijsmiddelen meer geloof heeft gehecht aan de aangifte.

Ook de klacht over het bewijs van het voorwaardelijk opzet heeft in wezen uitstuitend betrekking op het ontbreken van steunbewijs voor de lezing van het slachtoffer. Die klacht faalt om dezelfde reden.

De klacht kan worden afgedaan op de voet van artikel 80a RO.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.