Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 17 december 2013
ECLI:NL:PHR:2013:2404Zaaknummer 13/02391
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 17 december 2013
- Publicatiedatum
- 21 januari 2014
- Zaaknummer
- 13/02391
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
HR verklaart verdachte, gelet op art. 78.5 RO jo. Art 427 Sv, n-o in zijn beroep.
Volledige tekst
| Nr. 13/02391 Zitting: 17 december 2013 | Mr. Hofstee Aanvullende conclusie inzake: [verzoeker = verdachte] |
1. Omdat de gedingstukken daartoe aanleiding geven, heeft Uw Raad mij verzocht in de onderhavige zaak aanvullend te concluderen. Aan dit verzoek voldoe ik graag met deze aanvullende conclusie.
2. In mijn conclusie van 19 november 2013 heb ik mij op het standpunt gesteld dat het beroep in cassatie van verzoeker met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
3. In deze aanvullende conclusie zal ik opnieuw tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep concluderen, nu echter niet op een in art. 80a RO genoemde grond, maar om een andere reden.
4. De stukken van het geding blijken namelijk het volgende in te houden. Op 16 februari 2012 is namens verzoeker beroep in cassatie ingesteld tegen het op 14 februari 2012 door het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch gewezen arrest met parketnummer 20-000392-11, dit is het bestreden arrest in de onderhavige zaak (verder te noemen het arrest van het Hof). Bij arrest van 23 oktober 2012 (zaaknummer 12/02961) is verzoeker door de Hoge Raad niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep tegen het arrest van het Hof, omdat verzoeker niet binnen de in art. 437, tweede lid, Sv genoemde termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen had doen indienen. Op 20 december 2012 is namens verzoeker echter ten tweeden male beroep in cassatie ingesteld tegen het(zelfde) arrest van het Hof. Het dossier is vervolgens opnieuw naar de Hoge Raad gezonden, waar de zaak onder nr. 13/02391 is geregistreerd.
5. Nu met de uitspraak van Uw Raad van 23 oktober 2012 de onderhavige zaak in cassatie reeds onherroepelijk is afgedaan, zal op grond daarvan verzoeker in het onderhavige beroep niet kunnen worden ontvangen.
6. Deze aanvullende conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2014:131 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2014:131 Hoge Raad, 21 januari 2014 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.