Conclusie · Insolventierecht

Parket bij de Hoge Raad, 19 december 2008

ECLI:NL:PHR:2008:BG3577Zaaknummer 08/00592

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
19 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00592
Rechtsgebied
Civiel recht, Civiel recht, Insolventierecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

WSNP; cassatie, ontvankelijkheid, beroepschrift niet voldoet aan eisen van art. 426a lid 1 Rv.; aanvullen van beroep(sgronden) na verstrijken cassatietermijn.

3. Conclusie

Ik concludeer tot niet-ontvankelijkheid.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G

1 Zie bijvoorbeeld HR 26 januari 2007, RvdW 2007, 126.

2 De cassatietermijn bedraagt acht dagen.

Volledige tekst

08/00592

mr. L. Timmerman

Parket, 31 oktober 2008

Conclusie inzake:

[Verzoeker]

(hierna [verzoeker])

Verzoeker tot cassatie

1. Het hof heeft bij arrest van 1 februari 2008 het vonnis van de rechtbank, waarin het verzoek van [verzoeker] tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen, bekrachtigd.

2.1 Bij verzoekschrift van 8 februari 2008 heeft een in Amsterdam gevestigde advocaat beroep in cassatie ingesteld tegen het hofarrest. Op 14 februari 2008 is een cassatieverzoekschrift ingediend door een advocaat bij de Hoge Raad.

2.2 Art. 426a lid 1Rv vereist dat het cassatieverzoekschrift wordt ingediend door een advocaat bij de Hoge Raad. Het verzoekschrift van 8 februari 2008 voldoet niet aan deze eis. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat het niet voldoen aan het vereiste van art. 426a lid 1 Rv leidt tot niet-ontvankelijkheid van verzoeker.(1) Het verzoekschrift van 14 februari voldoet wel aan het vereiste van art. 426a lid 1 Rv. Uit art. 292 lid 5 Fw (resp. lid 4 oud) volgt echter dat dit verzoekschrift te laat is ingediend.(2) Verzoeker dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn cassatieberoep.

3. Conclusie

Ik concludeer tot niet-ontvankelijkheid.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G

1 Zie bijvoorbeeld HR 26 januari 2007, RvdW 2007, 126.

2 De cassatietermijn bedraagt acht dagen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.