Conclusie · Civiel recht
Parket bij de Hoge Raad, 20 december 2002
ECLI:NL:PHR:2002:AF0222Zaaknummer R02/071HR
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 20 december 2002
- Publicatiedatum
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R02/071HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
-
Conclusie inzake
[Verzoekster]
Edelhoogachtbaar College,
1. Bij vonnis van 16 mei 2002 heeft de Kantonrechter te Dordrecht de bij dagvaarding van 6 november 2001 door [eiseres] tegen thans verzoekster van cassatie (hierna: [verzoekster]) ingestelde vordering tot betaling van het onbetaald gebleven gedeelte van het door [eiseres] wegens verstrekt juridisch advies aan [verzoekster] in rekening gebrachte bedrag, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten, na verweer van [verzoekster], toegewezen.
2. Bij brief van 15 augustus 2002 heeft [verzoekster] de Hoge Raad verzocht genoemd vonnis van de Kantonrechter nietig te verklaren.
3. [Verzoekster] kan in haar verzoek, dat kennelijk ertoe strekt beroep in cassatie in te stellen tegen voormeld vonnis van de Kantonrechter, niet worden ontvangen. De bij de Kantonrechter gevoerde procedure is een dagvaardingsprocedure. In een zodanige procedure moet cassatieberoep krachtens het bepaalde in art. 407 lid 1 Rv bij dagvaarding worden ingeleid. De onder 2. genoemde brief is geen dagvaarding.
De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoekster] in haar beroep.
De Procureur Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Volledige tekst
Rek.nr. R02/071HR
Mr. L. Strikwerda
Parket 1 nov. 2002
Conclusie inzake
[Verzoekster]
Edelhoogachtbaar College,
1. Bij vonnis van 16 mei 2002 heeft de Kantonrechter te Dordrecht de bij dagvaarding van 6 november 2001 door [eiseres] tegen thans verzoekster van cassatie (hierna: [verzoekster]) ingestelde vordering tot betaling van het onbetaald gebleven gedeelte van het door [eiseres] wegens verstrekt juridisch advies aan [verzoekster] in rekening gebrachte bedrag, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten, na verweer van [verzoekster], toegewezen.
2. Bij brief van 15 augustus 2002 heeft [verzoekster] de Hoge Raad verzocht genoemd vonnis van de Kantonrechter nietig te verklaren.
3. [Verzoekster] kan in haar verzoek, dat kennelijk ertoe strekt beroep in cassatie in te stellen tegen voormeld vonnis van de Kantonrechter, niet worden ontvangen. De bij de Kantonrechter gevoerde procedure is een dagvaardingsprocedure. In een zodanige procedure moet cassatieberoep krachtens het bepaalde in art. 407 lid 1 Rv bij dagvaarding worden ingeleid. De onder 2. genoemde brief is geen dagvaarding.
De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoekster] in haar beroep.
De Procureur Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2002:AF0222 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2002:AF0222 Hoge Raad, 20 december 2002 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.