Conclusie · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad, 4 oktober 2002
ECLI:NL:PHR:2002:AE4549Zaaknummer R01/133HR
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 4 oktober 2002
- Publicatiedatum
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R01/133HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
-
3 Conclusie
De conclusie strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van verzoeker in zijn beroep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rekest nr. R01/133
Mr. J. K. Moltmaker
Benoeming provisioneel bewindvoerder
Parket, 21 juni 2002
Conclusie inzake
[Verzoeker]
tegen
[Verweerster]
Edelhoogachtbaar college,
1 Feiten en procesgang
1.1 Op 21 juni 2001 heeft [betrokkene 2] bij de rechtbank te Amsterdam een verzoekschrift ingediend tot ondercuratelestelling van verweerster in cassatie ([verweerster]) en benoeming van een provisioneel bewindvoerder op de voet van art. 1:380 BW. [Betrokkene 2] is een zoon van een vooroverleden neef van [verweerster].
1.2 De rechtbank heeft bij beschikking van 18 juli 2001 verzoeker tot cassatie ([verzoeker]) benoemd tot provisioneel bewindvoerder.
1.3 [Verweerster] is tegen deze beschikking in hoger beroep gekomen bij het gerechtshof te Amsterdam. Zij heeft verzocht de beschikking van de rechtbank te vernietigen en zo nodig opnieuw rechtdoende [betrokkene 1] te benoemen tot provisioneel bewindvoerder. [Verzoeker] heeft een verweerschrift ingediend.
1.4 Het hof heeft bij beschikking van 22 november 2001 de beschikking van de rechtbank vernietigd en heeft het inleidend verzoek, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, alsnog afgewezen. Het hof heeft daartoe in rov. 2.7 en 2.8 overwogen dat [betrokkene 2] vijfdegraads familielid is van [verweerster] en derhalve ingevolge 1:379 BW niet behoorde tot de personen die de curatele konden verzoeken.
1.5 [Verzoeker] heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld tegen deze beschikking van het hof. [Verweerster] heeft een verweerschrift ingediend.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid in cassatie
2.1 De rechtbank te Amsterdam heeft bij beschikking van 5 december 2001 de curatele uitgesproken over [verweerster] met benoeming van [betrokkene 1] tot curator. Ingevolge art. 1:383, vierde lid, BW eindigt het provisioneel bewind daags na de beslissing houdende benoeming van een curator. Dat betekent dat [verzoeker] geen belang heeft bij zijn cassatieberoep, zodat hij niet-ontvankelijk verklaard dient te worden.
3 Conclusie
De conclusie strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van verzoeker in zijn beroep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2002:AE4549 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2002:AE4549 Hoge Raad, 4 oktober 2002 (personen- en familierecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.